Zorgpad

Borstlift

 Veel vrouwen hebben na sterke vermagering last van hangende borsten. Doordat u veel bent afgevallen kunnen uw borsten ook gaan hangen. Uw huid is niet elastisch genoeg om zich aan te passen. De borsten zitten dan te ruim in het vel en gaan hangen. Ook leeftijd heeft invloed op het model van de borsten. Dit is een natuurlijk proces. Door operatief het huidoverschot weg te nemen en tegelijkertijd de borstklier weer in model te brengen, ontstaat weer een stevigere borst. Desgewenst kan deze ingreep worden gecombineerd met een borstvergroting, waarbij inwendige protheses in de borsten worden geplaatst. 

Alle borstimplantaten die worden geplaatst, worden geregistreerd in een register. Kijk hier hier voor meer informatie. 

  1. Verwachtingen en resultaat na de operatie

    Bij een borstlifting verandert de cupmaat niet (behalve wanneer er ook protheses worden ingebracht), omdat alleen huid wordt weggehaald. Een bestaand verschil in grootte tussen de linker en rechter borst kan eventueel meteen worden gecorrigeerd: van de grootste borstkant wordt dan, behalve huid, ook een stukje borstweefsel weggehaald.

    Littekens

    Zoals bij elke operatie ontstaan bij een borstlifting blijvende littekens. Hoe groot deze zijn en op welke plaats, is sterk afhankelijk van de hoeveelheid overtollige huid en het model van de borsten. Uw plastisch chirurg bespreekt dit zelf met u. Over het algemeen zijn er drie mogelijkheden:
    • Er is slechts een klein huidoverschot. De minst storende plaats voor het litteken is dan langs de rand van de tepelhof, in cirkelvorm. De huid wordt wel over een bepaalde afstand losgemaakt om het model van de borst te kunnen verbeteren, maar dit is aan de buitenkant niet te zien. De huid wordt rondom de tepelhof weggenomen en als het ware weer aangerimpeld. De eerste weken na de operatie is dit rimpelen meestal te zien, maar na verloop van tijd trekt dit weg.
    • Wanneer er meer huidoverschot is, moet meer huid worden verwijderd, waardoor meer littekens ontstaan. Er loopt dan een litteken verticaal van onder de tepel naar beneden, tot in de plooi
    onder de borst.
    • Is er echter een fors huidoverschot, dan moet ook huid aan de onderzijde van de borst worden weggehaald. Het litteken wordt dan ankervormig: lopende rond de tepelhof, verticaal onder het midden van de tepelhof, en horizontaal in de plooi onder de borst.

    Of littekens mooi of lelijk worden is nooit te voorspellen. Sommige personen hebben aanleg tot overmatige littekenvorming. In elk geval moet u erop rekenen dat littekens tot een jaar na de operatie rood, dik en stug zijn en pas daarna geleidelijk zachter, soepeler en bleker worden.

    Het gevoel in de tepel is vaak tijdelijk minder. De huid rond de operatiewond kan wat minder gevoelig zijn doordat kleine huidzenuwtakjes bij de operatie zijn doorgesneden. Geleidelijk aan herstelt zich het gevoel, maar wanneer de borstklier erg uitgezakt was en de tepel over een grotere afstand verplaatst moest worden, kan het gevoel blijvend minder zijn of heel soms geheel afwezig blijven. Dit is niet altijd voorspelbaar.

    Het resultaat van een borstlifting is niet blijvend. Een nieuwe zwangerschap, verder gewichtsverlies of sterke schommelingen in lichaamsgewicht en leeftijd, hebben invloed op de vorm van de borsten.

  2. Voor de operatie

    Voor de operatie tekent de plastisch chirurg het operatiepatroon op de borsten af (afb. 1). Daarom wordt u ruim voor de operatietijd opgenomen. De verpleegkundige geeft u voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (narcose). Dit heet de premedicatie. Daarna krijgt u een operatiehemd aan. De verpleegkundige brengt u vervolgens met bed naar de operatieafdeling. Op de operatie afdeling wordt een infuus ingebracht. De anesthesioloog geeft u de algehele anesthesie.


    Afb. 1 Tekening voor een borstlift (rechter borst)

  3. De operatie

    De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose) en duurt gemiddeld twee uur. Tijdens de operatie verwijdert de plastisch chirurg voornamelijk de overtollige huid van uw borst. Ook wordt de tepel verplaatst. (afb. 2). Meestal wordt ook de tepelhof verkleind, passend bij de nieuwe vorm van de borst. De tepel wordt altijd naar boven verplaatst omdat bij verslapte borsten de tepels naar beneden wijzen.
    Als de borst ook vergroot wordt, brengt de plastisch chirurg de prothese onder de borstklier of onder de borstspier.
    Wanneer de borst juist verkleind moet worden, wordt een (klein) deel van de borstklier weggenomen.


    Afb. 2 De tepel wordt verplaatst en het teveel aan huid en eventueel borstweefsel wordt via de getoonde lijnen verwijderd.

    Rond de beide tepelhoven ontstaat een cirkelvormig litteken, een litteken in de huidplooi onder de borst en een litteken in verticale richting tussen de tepel en de plooi onder de borst (afb. 3). De huid wordt met fijne oplosbare hechtingen gesloten.



    Afb. 3 Plaats van de littekens
    Via de slangetjes wordt het wondvocht uit het operatiegebied afgevoerd.
    Uw borsten worden verbonden met een BH. De plastisch chirurg bespreekt met u wanneer de drains verwijderd kunnen worden.

  4. Na de operatie

    U wordt wakker op de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Uw hartslag en bloeddruk worden regelmatig gemeten. De verpleegkundige let op nabloeden van de wond. Als het nodig is, krijgt u medicijnen tegen de pijn en/of misselijkheid. Zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, wordt u naar de verpleegafdeling teruggebracht.
    Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. U hoort van de verpleegkundige wanneer het infuus verwijderd mag worden.
    Na de operatie krijgt u ’s avonds een injectie met een bloed-verdunnend medicijn. Dit is om trombose te voorkomen.
    De arts bespreekt met u wanneer de drains verwijderd mogen worden.


    Thuis

    Na de operatie voelen uw borsten soms pijnlijk en gespannen aan. Dit wordt na een paar dagen minder. De BH draagt u als een verband en mag alleen uit om te douchen.

    Het is belangrijk voor de doorbloeding van uw benen dat u regelmatig beweging heeft door kleine stukjes te lopen en in een stoel te zitten. Door de benen regelmatig te bewegen kunt u de kans op een trombose verkleinen. Het is niet de bedoeling dat u thuis in bed gaat liggen, tenzij de plastisch chirurg u dit nadrukkelijk geadviseerd heeft.

    Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt een afspraak gemaakt voor controle op de polikliniek Plastische Chirurgie. Tijdens deze controle wordt het verband en zo nodig de hechtingen verwijderd.
    U dient zelf voor een goed ondersteunende sport BH te zorgen en deze mee te nemen bij de eerste controle op de polikliniek. We raden u aan om de eerste zes weken na de operatie dag en nacht een bh te dragen.


    Adviezen en regels voor thuis

    De eerste zes weken na uw operatie mag u:

    • Uw armen niet hoog boven het hoofd brengen of hoog zijwaarts optillen
    • Niet opdrukken of optrekken
    • Niet zwaar tillen
    • Niet sporten
    • U moet gedurende één jaar de littekens beschermen tegen de zon/zonnebank (door de littekens af te dekken).
    • De borsten hebben rust nodig om goed te kunnen genezen. Alle bewegingen die u pijnloos kunt uitvoeren zijn toegestaan.

    Na overleg met de plastisch chirurg kunt u uw werk weer hervatten.

  5. Risico's en complicaties

    Bloeding

    Tijdens of na de operatie kan er een er bloeding of nabloeding ontstaan. Bij een forse nabloeding wordt u opnieuw geopereerd om de bloeding te stelpen.

    Gevoelsstoornissen

    De tepel kan tijdelijk minder gevoelig of gevoelloos zijn. Dit verdwijnt meestal binnen enkele maanden. In enkele gevallen is de gevoelsstoornis blijvend.

    Infecties

    Een infectie merkt u aan:
    • toename van pijn;
    • koorts boven 38.5 C;
    • zwelling.

    Verstoorde wondgenezing

    Wondgenezingsstoornissen kunnen tot een trager herstel en bredere
    littekens leiden.

    Ophoping van wondvocht

    Na het verwijderen van de drains kan zich wondvocht ophopen, dat soms aangeprikt en leeggezogen moet worden.

    Contouronregelmatigheden en asymmetrie

    Na de operatie kunnen kleine contour onregelmatigheden en
    asymmetrie optreden. Als het nodig is dan kan dit op een later tijdstip
    met een kleine operatie verbeterd worden.

    Trombose

    Bij operaties waarbij u tijdelijk veel rust moet houden, kan er een bloedstolsel (trombose) in de benen ontstaan en in zeldzame gevallen kan er een longembolie optreden. Om dit te voorkomen krijgt u voor en na de operatie injecties tegen trombose.

    Een arts waarschuwen

    Het is nodig dat u een arts waarschuwt:
    • Als de wond fors gaat bloeden
    • Toenemende pijn
    • Bij optreden van zwelling
    • Als u koorts heeft boven de 38,5 C
    • Als de pleisters gaan jeuken, ruiken of uitslag veroorzaken
    • Bij ongerustheid

    Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Plastische Chirurgie, tel. (078) 652 32 66.

    Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis via het algemene nummer van het Albert Schweitzer ziekenhuis, tel. (078) 654 11 11. De Spoedeisende Hulp neemt zo nodig contact op met de dienstdoende plastisch chirurg.

Naar boven