Maatregelen en veelgestelde vragen rondom corona. Meer informatie

Zorgpad

Trombose en/of longembolie

Bloedstolling beschermt het lichaam tegen bloedingen en is daarmee van levensbelang. Als het bloed spontaan gaat stollen zonder dat er een bloeding is, ontstaat in het bloedvat een bloedstolsel (bloedprop). Dit wordt trombose genoemd. Trombose kan overal in het lichaam ontstaan. Meestal gebeurt dit in de benen (trombosebeen) of in de longen (longembolie), maar kan ook optreden in bijvoorbeeld een arm of in een bloedvat in de buik.

Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen trombose in aders en slagaders. Deze pagina gaat over trombose in aders: doorgaans een trombosebeen en/of longembolie.

Bij stolsels in slagaders, zoals de kransslagaders rond het hart of de slagaders in de hersenen, treden heel andere ziektebeelden op: een hartinfarct of een herseninfarct. Slagadertrombose heeft géén verband met adertrombose.
 

U bent nu hier

HomepageHematologieAandoeningenTrombose en/of longembolie
  1. Onderzoeken

    Hoe stellen we de diagnose?

    Meedoen aan een medische studie?

    Wilt u weten of er momenteel een medisch-wetenschappelijk onderzoek is waaraan u kunt deelnemen, kijk dan hier.

    Een trombose (bloedprop) in één van de aders in het been wordt met een echoapparaat vastgesteld.

    Voor onderzoek naar een mogelijke longembolie wordt meestal een CT-scan van de longen gemaakt, waarbij er vooraf contrastmiddel via de bloedbaan ingespoten is.
    Klik hier voor meer informatie over deze CT-scan

    De klachten die gepaard gaan met een trombose zijn vaak weinig specifiek en dus moeilijk te herkennen voor patiënten en artsen. Het komt dus voor dat klachten er al langer waren zonder dat direct aan een trombose gedacht is. 
     
  2. Behandeling

    Welke mogelijkheden heb ik?

    Patiënten met een trombose worden behandeld met medicatie die stolling tegengaat: de zogeheten antistollingsmedicatie. In de volksmond wordt ook wel van ‘bloedverdunners’ gesproken, hoewel het bloed er eigenlijk niet letterlijk dunner van wordt.

    Tegenwoordig worden de meeste patiënten behandeld met moderne antistollingsmiddelen in tabletvorm die DOAC (Directwerkende Oraal AntiCoagulantia) genoemd worden. Voorbeelden zijn apixaban, dabigatran, edoxaban en rivaroxaban. Dit zijn antistollingstabletten die met een vaste dosering gegeven worden en waarbij geen stollingscontrole nodig is.

    Sommige patiënten worden met klassieke bloedverdunners behandeld: acenocoumarol of fenprocoumon. Dit zijn ook middelen in tabletvorm, maar waarbij de dagelijkse dosering afhangt van een bloedtest: de INR.
    De metingen van de INR en het doseringsadvies wordt door de trombosedienst verzorgd. Tot slot zijn er geselecteerde patiënten die langdurig met heparine-injecties behandeld worden.

    Bij de behandeling van een trombosebeen wordt ook een steunkous voorgeschreven. Doel hiervan is chronische vochtophoping in het been te voorkomen. Bij een trombosebeen kan de behandeling doorgaans volledig poliklinisch plaatsvinden.
     
    Bij een longembolie worden patiënten in eerste instantie vaak opgenomen in het ziekenhuis. In gunstige gevallen hoeft dit niet en kan een longembolie ook direct poliklinisch behandeld worden. Afhankelijk van de oorzaak moet de antistollingsmedicatie voor beperkte duur (3 maanden) of voor onbepaalde duur (“levenslang”) gebruikt worden.
     
  3. Prognose

    Wat zijn de vooruitzichten?

    Een longembolie is een potentieel levensbedreigende aandoening. Een trombosebeen ook, omdat het stolsel los kan raken en een longembolie kan veroorzaken. Als de behandeling echter eenmaal opgestart is en het acute moment gepasseerd is, dan is de prognose gunstig. Het wegtrekken van de klachten van een trombosebeen of longembolie is echter een langdurig proces dat maanden kan duren.

    Bij een trombosebeen is er een risico op chronische klachten van het been: een posttrombotisch syndroom.
    Om dit te voorkomen wordt aan alle patiënten met een trombosebeen een steunkous gegeven die 6 maanden tot 2 jaar overdag gedragen moet worden.
     
    Bij patiënten met een longembolie is er een risico op een chronisch verhoogde bloeddruk in de longvaten: pulmonale hypertensie. Bij klachten die langer dan 6 maanden aanhouden, wordt hier onderzoek naar gedaan.
     
    Voor meer informatie over trombose en longembolie verwijzen wij ook graag naar de volgende pagina's van de trombosestichting en hartstichting:
     
     
     

U bent nu hier

HomepageHematologieAandoeningenTrombose en/of longembolie
Naar boven