Maatregelen en veelgestelde vragen rondom corona. Meer informatie

Zorgpad

Slijtage / artrose in de knie

Artrose in het kniegewricht betekent dat de kwaliteit van het kraakbeen minder wordt. Daardoor gaat het bewegen van de knie moeilijker. Is de artrose ernstig, dan wordt de knie stijf en het bewegen beperkt. Ook kan een afwijkende stand van het been ontstaan. Het kan zijn dat een operatie de beste oplossing is, waarbij de stand van het been gecorrigeerd wordt of het kniegewricht (deels) vervangen wordt door een prothese. 

U bent nu hier

HomepageOrthopedisch CentrumAandoeningenKnieSlijtage / artrose in de knie
  1. De aandoening

    Artrose in de knie

    Het kniegewricht bestaat uit drie botdelen:

    • het bovenbeen (dijbeen)
    • het onderbeen (scheenbeen)
    • de knieschijf 
    Het uiteinde van deze botten is bekleed met kraakbeen zodat de knie soepel kan bewegen. Kraakbeen is zacht, glad en elastisch. Het zorgt ervoor dat botten makkelijk langs elkaar heen kunnen bewegen.

    Slijtage
    Als de kwaliteit van het kraakbeen verslechtert, noemen we dit artrose. Naarmate we ouder worden, neemt de kwaliteit van het kraakbeen af. Het kraakbeen wordt minder glad of verdwijnt zelfs helemaal. Kraakbeen herstelt zich niet. Door artrose wordt het oppervlak van het kniegewricht ongelijkmatig. De botdelen passen niet meer precies in elkaar. De kwaliteit van het kraakbeen kan ook verslechteren door een botbreuk, reuma of medicijngebruik.
     

    Klachten
    Mensen met artrose kunnen het kniegewricht minder soepel gebruiken. Het bewegen wordt moeilijker en pijnlijker. Veel mensen met artrose in het kniegewricht hebben zogenaamde 'startpijn'. Dat wil zeggen dat het moeite kost om weer te gaan lopen als zij een tijdje gezeten hebben. Doordat het gewricht stijver wordt, gaat de loopafstand achteruit, de knie kan daarbij moe of instabiel aanvoelen. Het traplopen wordt moeilijker, terwijl het fietsen vaak nog wel goed gaat. Daarnaast kan een afwijkende stand en een strekbeperking van het been ontstaan. 
     
    Behandeling
    Klachten door artrose kunnen bestreden worden door bijvoorbeeld pijnstillers, afvallen (bij overgewicht), het gebruik van een stok en/of fysiotherapie. Als deze maatregelen onvoldoende helpen, dan kan een operatie uitkomst bieden. In een beperkt aantal gevallen kan de stand van het been worden gecorrigeerd. De plek waar het kraakbeen het ergst versleten is wordt dan minder zwaar belast. In de andere gevallen wordt tijdens een knieoperatie voor artrose het kniegewricht (deels) vervangen door een prothese. 
     
     
  2. Onderzoeken

    Hoe stellen we de diagnose.

    Uw verhaal en het lichamelijk onderzoek zijn belangrijk voor het stellen van de diagnose. 

    Meestal kan artrose goed worden vastgesteld met een gewone röntgenfoto die in twee richtingen van de knie gemaakt wordt. Een enkele keer kan het zinvol zijn om daarnaast nog aanvullende onderzoeken te doen zoals een MRI-scan of een botscan. 

     
  3. Behandelopties

    Welke mogelijkheden heb ik?

    Er zijn verschillende mogelijkheden om artrose in de knie te behandelen. De orthopeed zal met u de voor- en nadelen bespreken. 

    Behandeling zonder operatie

    Klachten door artrose kunnen bestreden worden door bijvoorbeeld pijnstillers, afvallen (bij overgewicht), gebruikmaken van een stok en/of fysiotherapie.

    Behandeling met een operatie - de standscorrectie van het onderbeen

    Bij ernstige artrose kan het zijn dat een afwijkende stand van het been ontstaat. Dit kan worden verholpen door een operatie, waarbij de orthopeed de ongunstige stand van uw knie corrigeert. Voor deze operatie wordt vaak gekozen bij patiënten die te jong zijn voor een knieprothese en bij wie het overige kraakbeen in de knie nog redelijk tot goed is.

    De operatie heet ook wel 'standscorrectie van het onderbeen' of ‘hoge tibia osteotomie’ (HTO) genoemd. Tibia is het Latijnse woord voor scheenbeen, osteo betekent bot en tomie betekent snijden. De orthopedisch chirurg zaagt het bot van het scheenbeen door vlak onder de knie. Soms wordt ook een deel van het kuitbeen doorgezaagd. Na correctie van het onderbeen maakt de orthopeed de botdelen weer aan elkaar vast met een plaatje en schroeven. 

    Voor meer informatie over de operatie verwijzen wij u naar de folder 'Operatieve standscorrectie van het onderbeen. Hoge tibia osteotomie'

    Behandeling met een operatie - de knieprothese

    Als de klachten verergeren en niet meer bestreden kunnen worden door pijnstillers en fysiotherapie, kan het plaatsen van een gehele of gedeeltelijke prothese de beste oplossing zijn.

    Bij het plaatsen van een knieprothese wordt het versleten kraakbeen vervangen en worden nieuwe glijvlakken in de knie gemaakt. Als de artrose is beperkt tot alleen het binnenste compartiment van de knie kan een halve knieprothese uitkomst bieden.

    Bij uitgebreide artrose wordt het uiteinde van het bovenbeen voorzien van een metalen kap. Daarbij wordt in het scheenbeen een metalen plateau bevestigd met een plastic deel daarop vastgeklikt. De metalen kap en de plastic tussenlaag gaan het nieuwe glijvlak vormen. In de meeste gevallen wordt van ditzelfde plastic een nieuwe bekleding gemaakt aan de achterkant van de knieschijf. 

    Patiënten krijgen een totale knieprothese als het gehele kniegewricht beschadigd is.

    Wanneer een deel van de knie beschadigd is wordt een hemi-knieprothese geplaatst. (hemi=half). Bij een hemi-prothese wordt alleen de binnenkant (waar de ene knie de andere raakt) vervangen.
    In beide gevallen duurt de operatie ongeveer anderhalf uur.

    Meer details over wat er allemaal bij de operatie komt kijken, zowel ervoor als erna is te vinden in de folder 'Knieprothese'. Deze uitgebreide folder ontvangt u van de behandelend orthopeed.

  4. Na de operatie

    Hoe verloopt het herstel.

    Herstel na een standscorrectie van het onderbeen

    Na de operatie mag het geopereerde been minimaal belast worden. In die periode van een aantal weken wordt gebruik gemaakt van twee elleboogkrukken. De mate waarin u het mag belasten bespreekt u met uw orthopeed. 

    Herstel na plaatsing van een knieprothese

    Na de operatie moet men revalideren. Dit betekent een aantal weken met een loophulpmiddel lopen, zoals krukken of een rollator. Ook zijn er bepaalde leefregels waar men zich aan moet houden. Deze zijn te vinden in het Patiënten Informatie Dossier. 

U bent nu hier

HomepageOrthopedisch CentrumAandoeningenKnieSlijtage / artrose in de knie
Naar boven

Bezoekt u een van onze locaties?

Vul voor uw komst deze vragenlijst in