Zorgpad

Gebroken heup

Wat is het?

De heup 

Het heupgewricht bestaat uit een heupkop en een heupkom. We noemen de heup ook wel een kogelgewricht. Dat wil zeggen dat bij het lopen en bewegen, de kop van het dijbeen soepel ronddraait in de kom van het bekken.

De heup kan door verschillende oorzaken breken maar meestal is de oorzaak een ongeval. We gebruiken ook wel het woord fractuur voor breuk. 

Symptomen

Als de heup gebroken is, kunt u meestal niet meer op het been staan. De gebroken heup kan flinke pijn veroorzaken en de voet ligt meestal naar buiten gedraaid. Vaak zijn er verder aan de buitenkant geen afwijkingen te zien. In sommige gevallen is er een bloeduitstorting zichtbaar of een zwelling aan de zijkant van de heup.

Bij aantasting van het bot of ernstige verzwakking kan ook sprake zijn van een dreigende breuk van de heup. Bijna altijd is bij een gebroken heup een opname in het ziekenhuis nodig.

  1. Onderzoek

    Hoe stellen we de diagnose?

    Op de Spoedeisende hulp worden röntgenfoto’s van de heup gemaakt. Hiermee is vast te stellen of de heup gebroken is en hoe deze gebroken is. Als u gevallen bent, is de oorzaak van de breuk duidelijk. In een aantal gevallen is aanvullend onderzoek nodig om de oorzaak van de breuk te achterhalen. 

  2. Behandeling

    Welke mogelijkheden heb ik?

    De plaats van de breuk bepaalt in feite het type behandeling. De orthopedisch chirurg zal dit met u bespreken. 

    Breuk door de hals van de heup (mediale collum fractuur)

    Wanneer bij een breuk door de hals van de heup de de botdelen erg verplaatst zijn, is meestal een operatie nodig. De heupkop en indien nodig ook de kom worden dan vervangen door een prothese. Doel van de operatie is te zorgen voor een heup die weer goed belast kan worden. De anesthesioloog beoordeelt of u de operatie lichamelijk aankunt.

    Als de heupkop weinig is verplaatst spreken we van een geïnclaveerde heupfractuur. Als de breuk tijdens het genezingsproces niet verder meer verplaatst is een operatie niet nodig.

    Breuk verderop in het bovenbeen (pertrochantere of subtrochantere heupfractuur)

    Bij dit type breuk worden de botdelen met pen of plaat en schroeven weer aan elkaar vast gemaakt.

  3. De operatie

    Welke technieken zijn er?

    Er zijn verschillende mogelijkheden tot opereren. De operatietechniek is afhankelijk van de soort breuk, uw leeftijd en conditie en de mate van slijtage van het heupgewricht.

    Bent u ouder dan 70 jaar? Klik dan hier voor aanvullende informatie.

    Als u 70 jaar of ouder bent, wordt altijd de geriater ingeschakeld tijdens uw opname. Een geriater is een arts die gespecialiseerd is in ziekten en aandoeningen die veel bij ouderen voorkomen. Alleen een behandeling om de breuk te verhelpen is bij ouderen niet voldoende. Zo gebruiken veel ouderen meerdere medicijnen waardoor de zorg tijdens en na de behandeling ingewikkelder is.

    Risico op verwardheid

    Door een plotselinge verandering van de omgeving, stress, andere aandoeningen etc. kan de patiënt met een gebroken heup last krijgen van verwardheid. U kunt moeite hebben om een gesprek te voeren, mensen te herkennen of te weten waar u bent en wat er gebeurd is. Dit noemen we een delier.

    Een delier is een plotseling optredende, voorbijgaande verwardheid. Deze complicatie komt regelmatig voor bij oudere patiënten. De verpleegkundigen houden goed in de gaten of u last krijgt van verwardheid. Als dit zo is, wordt de geriater ingeschakeld. De geriater kan de verwardheid verder behandelen.

    Pen/schroef/plaat 

    Er worden schroeven of pennen in het bot bevestigd om zo de botdelen op de juiste plaats te brengen en te houden tot deze  weer aan elkaar gegroeid zijn. U houdt dan als patiënt uw eigen heup en kom. 

    Kophalsprothese

    Bij dit type prothese wordt alleen de heupkop verwijderd en wordt er een kop van metaal met een steel bevestigd in de mergholte van het bovenbeen en zo teruggeplaatst in de oorspronkelijke heupkom.

    Totale heupprothese

    Bij deze operatie wordt zowel de heupkop als de heupkom vervangen door een heupprothese. In het bekken wordt een kom geplaatst. Omdat zowel de heupkop als de heupkom vervangen worden, wordt dit een totale heupprothese genoemd.

  4. Na de operatie

    Hoe verloopt mijn herstel?

    Aan het einde van de operatie wordt de belastbaarheid bepaald door de operateur. Als het kan wordt u na de operatie zo spoedig mogelijk weer uit bed gehaald. U gaat leren lopen met een hulpmiddel onder begeleiding van de fysiotherapeut. De verpleegkundige en fysiotherapeut bespreken met u of u na de ziekenhuisopname naar huis kunt. Om naar huis te kunnen moet u zelf in en uit bed kunnen en zelf naar toilet kunnen. Als u naar huis gaat, loopt u nog met een hulpmiddel (krukken, looprek of rollator). Er kan thuiszorg worden aangevraagd voor hulp met wassen en aankleden. U heeft fysiotherapie nodig bij de verdere revalidatie.

    Als u nog niet veilig zelf kunt lopen met een hulpmiddel

    Mocht dit het geval zijn dan kunt u nog niet naar huis. U kunt dan gaan reactiveren in een verpleeghuis of revalidatiecentrum. U kunt een voorkeur voor een instelling opgeven waar u wilt reactiveren. Uw gegevens worden doorgegeven aan de verpleeghuisarts van de instelling van uw voorkeur. Deze arts bekijkt of u voor reactivering in aanmerking komt en waar u dan het beste geplaatst kunt worden.

    Veel instellingen in onze regio hebben een aparte afdeling ingericht voor reactivering. Deze afdeling is bestemd voor mensen die na een operatie, ongeval of beroerte moeten revalideren. Er wordt in overleg met u een behandelplan opgesteld. De revalidatie wordt aangepast aan uw mogelijkheden en beperkingen. De instellingen hebben eigen fysiotherapeuten in dienst, die regelmatig bij u langskomen en met u oefenen.

    Het verblijf duurt twee tot zes weken. De instelling bespreekt met u of u nog thuiszorg nodig heeft en vraagt dit dan voor u aan. Als u niet meer naar huis kunt wordt met u besproken welke andere mogelijkheden er zijn.

  5. Controle

    Weer thuis en dan?

    Na de ziekenhuisopname blijft u onder controle. U komt rond de veertiende dag na de operatie terug naar het ziekenhuis voor wondcontrole en zo nodig verwijderen van de hechtingen. Aansluitend heeft u een gesprek met de arts/hoofdbehandelaar. 

    Tijdens dit bezoek wordt met u het verdere controlebeleid afgesproken. 

Naar boven