Hier vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over corona. Lees meer

Zorgpad

Syndroom van Tietze

  1. Syndroom van Tietze

    Wat is het?

    Tussen het borstbeen en de ribben zit wat kraakbeen. Dit zorgt ervoor dat de ribben mee kunnen bewegen en bijvoorbeeld uit kunnen zetten bij het ademhalen. Bij het syndroom van Tietze is één van de kraakbeenverbindingen tussen het borstbeen en de ribben pijnlijk. De pijn zit meestal aan één kant. De precieze oorzaak is niet bekend. Het kan overbelasting zijn, maar bijvoorbeeld ook een ontsteking. 

    Het is een onschuldige zeldzame aandoening, die op elke leeftijd kan ontstaan. U mag gewoon bewegen, ook al doet het soms pijn. Meestal verdwijnen de klachten na enkele maanden. Soms schrijft de (huis)arts pijnstilling of fysiotherapie voor. 
     
    In een enkel geval verdwijnen de klachten niet en is de pijn erg hinderlijk. Dan kan behandeling in het Pijnbehandelcentrum worden overwogen. 

    Behandelmogelijkheden

    Hieronder leest u welke behandelmogelijkheden er zijn. Het resultaat van deze behandelingen is afhankelijk van verschillende factoren en kan per patiënt verschillend zijn. De pijnspecialist of verpleegkundig specialist bespreekt met u welke behandeling het beste bij u past.

     

  2. Injectie

    Injectie met een ontstekingsremmend middel

     Bij deze behandeling krijgt u een injectie met een verdovend middel en een ontstekingsremmend middel ingespoten.

  3. Zenuwblokkade

    Zenuwblokkade met stroom (PRF-behandeling)

    De zenuw die geïrriteerd is, geeft pijnprikkels door aan de hersenen. Door deze zenuwen te verdoven kan de pijn voor langere tijd verminderen. Dit gebeurt door met een naald lichte stroomstootjes toe te dienen in het gebied van de zenuw. Dit heet PRF (pulsed radio frequente behandeling).
    Hierdoor wordt de zenuw beïnvloed en kunnen de pijnprikkels minder goed worden doorgeven. De pijn zal hierdoor afnemen.

    De behandeling (verloop)

    Met behulp van röntgenbeelden zoekt de pijnspecialist de bewuste zenuw op. De pijnspecialist geeft u een plaatselijke verdoving en brengt daarna een injectienaald in.

    Met een zacht elektrisch stroompje wordt de positie gecontroleerd. U moet dan aangeven wanneer u iets voelt. Dit kan warmte, druk of een tinteling zijn. Ook kunt u klopjes voelen in de spieren. De meeste patiënten vinden dat dit geen pijn doet.

    Als de naald op de juiste plaats zit, spuit de arts een verdovingsvloeistof samen met een ontstekingsremmend middel in. Dit kan wel even pijnlijk zijn maar dit verdwijnt meestal snel dankzij de verdovingsvloeistof.
    Daarna dient de arts ongeveer 4 minuten lang korte stroomstootjes toe via de naald. Omdat de zenuw nu verdoofd is, voelt u hiervan hooguit lichte klopjes. De behandeling zorgt ervoor dat de zenuw langdurig tot rust komt, zonder deze te beschadigen. De behandeling duurt in totaal ongeveer 15 minuten.

    Kans op bijwerkingen

    • Napijn: Een zenuwbehandeling kan in het begin napijn geven. Dit kan zelfs enkele dagen duren. Dit is andere pijn dan de oorspronkelijke zenuwpijn en tegen deze napijn helpt een normale pijnstiller zoals een paracetamol doorgaans wel. Zo nodig kan uw pijnspecialist of huisarts een andere pijnstiller voorschrijven.
    • Opvliegers: Door de medicatie die wordt ingespoten bij de zenuw kunt u opvliegers krijgen. Bij vrouwen kan de menstruatie korte tijd verstoord raken.
    • Ontregelde bloedsuikerspiegel bij diabetici: Bij diabetici kunnen de bloedsuikerspiegels een aantal dagen verhoogd zijn. Extra controle van de bloedsuikers is daarom aan te raden.
Naar boven