Hier vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over corona. Lees meer

Zorgpad

Liespijn na een operatie

  1. Liespijn

    Wat is het?

    Soms houden patiënten chronische liespijn over aan een eerdere operatie, bijvoorbeeld na een keizersnede of een liesbreukoperatie. In veel gevallen is er sprake van een beknelling of beschadiging van één van de drie lieszenuwen.
    Liespijn na een liesbreukoperatie of keizersnede komt vaak voor: bij mannen tot 11 procent en bij vrouwen tot 7 procent. In meer dan de helft van de gevallen gaat het om een beknelling of beschadiging van één van de drie zenuwen die in de lies zitten.

    Oorzaak

    • Na een liesbreukoperatie: De pijn die ontstaat na een eerdere liesbreukoperatie komt meestal door een lieszenuw, die vastzit in het geplaatste kunststofmatje, de hechtingen of het littekenweefsel. Soms is niet een zenuwbeknelling het probleem, maar drukt de kunststof mat op de omliggende weefsels of is er opnieuw een liesbreuk ontstaan.
    • Na een keizersnede: De zenuw die in de hoek van dit litteken loopt (bij de lies), raakt na de operatie of in de loop van de tijd bekneld, waardoor er pijn in de lies ontstaat.

    Behandelmogelijkheden

    Hieronder leest u welke behandelmogelijkheden er zijn. Het resultaat van deze behandelingen is afhankelijk van verschillende factoren en kan per patiënt verschillend zijn. De pijnspecialist of verpleegkundig specialist bespreekt met u welke behandeling het beste bij u past.
     

  2. Symptomen

    Hoe kun je het herkennen?

     Een beknelde zenuw geeft klachten als:

    • Een brandende, soms stekende pijn in de liesstreek, die kan uitstralen naar de binnenzijde van het bovenbeen of voorzijde van het been, de schaamstreek en soms de rug.
    • De pijn kan zomaar opsteken, maar kan ook constant aanwezig zijn met af en toe heftige, soms misselijkmakende scheuten (bijvoorbeeld bij verandering van houding, niezen of hoesten).
    • Sommige patiënten kunnen niet goed slapen op de zij waar de pijn zich bevindt.
    • De huid voelt dof of minder gevoelig aan. Het aanraken van de huid kan vervelend zijn.
    • De pijn heeft invloed op het seksleven. Soms is een orgasme extra pijnlijk. Die pijn kan na het vrijen soms wel een half uur aanhouden.
    • In het littekengebied bevindt zich meestal een extreem pijnlijk punt, dat bij drukken de pijn kan opwekken.
  3. Onderzoeken

    Onderzoek en diagnose

    De pijnspecialist voert lichamelijk onderzoek uit. Hij kijkt de lies na op littekens. Daarna wordt de huid getest op gevoel, bijvoorbeeld met een wattenstaafje en een koud gaasje.

    Ook wordt gezocht naar een triggerpunt: het aller pijnlijkste pijnpunt. Als dit punt gevonden wordt kan de pijnspecialist een verdovende injectie plaatsen in de buurt van het pijnpunt in de liesstreek. Als na tien tot vijftien minuten de pijn afneemt, weet de arts dat het waarschijnlijk afkomstig is van een lieszenuw. De injectie is tegelijkertijd een behandelingsmethode.

    Uiteraard wordt bij het lichamelijke onderzoek gekeken naar eventuele andere oorzaken van de pijn, zoals een nieuwe liesbreuk.

  4. Injectie

    Behandeling met een verdovende injectie

     Als er sprake is van een beknelde zenuw die de voortdurende bron van pijn is, kan de arts proberen deze uit te schakelen met een injectie. De injectie wordt in de buurt van de beknelde zenuw gespoten en bestaat uit een verdovingsmiddel, soms een bind- en littekenweefsel oplossend middel en ontstekingsremmend middel.

  5. Medicatie

    Behandeling met medicijnen

    Patiënten bij wie een operatie of injecties niet helpen, krijgen soms medicijnen voorgeschreven. Het betreft dan specifieke pijnstillers, bedoeld voor pijn die wordt veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen. Deze medicijnen zijn eigenlijk bedoeld om andere aandoeningen te behandelen, maar hebben ook een gunstige werking op het verminderen van de pijnprikkels. Voorbeelden hiervan zijn medicijnen tegen epilepsie en medicijnen tegen depressie.

  6. Zenuwblokkade

    Zenuwblokkade met stroom (PRF-behandeling)

    De zenuw die behandeld wordt, geeft pijnprikkels door aan de hersenen. Door deze zenuwen te verdoven kan de pijn voor langere tijd verminderen. Dit gebeurt door met een naald lichte stroomstootjes toe te dienen in de nabijheid van de zenuw. Dit heet PRF (pulsed radio frequente behandeling).
    Hierdoor wordt de zenuw beïnvloed en kunnen de pijnprikkels minder goed worden doorgeven. De pijn zal hierdoor afnemen.

    De behandeling (verloop)

    Met behulp van röntgenbeelden zoekt de pijnspecialist de bewuste zenuw op. De pijnspecialist geeft u een plaatselijke verdoving en brengt daarna een injectienaald in.

    Met een zacht elektrisch stroompje wordt de positie gecontroleerd. U moet dan aangeven wanneer u iets voelt. Dit kan warmte, druk of een tinteling zijn. Ook kunt u klopjes voelen in de spieren. De meeste patiënten vinden dat dit geen pijn doet.

    Als de naald op de juiste plaats zit, spuit de arts een verdovingsvloeistof in. Dit kan wel even pijnlijk zijn maar dit verdwijnt meestal snel dankzij de verdovingsvloeistof. 
    Daarna dient de arts ongeveer 4 minuten lang korte stroomstootjes toe via de naald. Omdat de zenuw nu verdoofd is, voelt u hiervan hooguit lichte klopjes. De behandeling zorgt ervoor dat de zenuw langdurig tot rust komt, zonder deze te beschadigen. De behandeling duurt in totaal ongeveer 15 minuten.

    Kans op bijwerkingen

    • Napijn: Een zenuwbehandeling kan in het begin napijn geven. Dit kan zelfs enkele dagen duren. Dit is andere pijn dan de oorspronkelijke zenuwpijn en tegen deze napijn helpt een normale pijnstiller zoals een paracetamol doorgaans wel. Zo nodig kan uw pijnspecialist of huisarts een andere pijnstiller voorschrijven.
    • Opvliegers: Door de medicatie die wordt ingespoten bij de zenuw kunt u opvliegers krijgen. Bij vrouwen kan de menstruatie korte tijd verstoord raken.
    • Ontregelde bloedsuikerspiegel bij diabetici: Bij diabetici kunnen de bloedsuikerspiegels een aantal dagen verhoogd zijn. Extra controle van de bloedsuikers is daarom aan te raden.
Naar boven