Hier vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over corona. Lees meer

Zorgpad

Blaasverzakking

Bij een blaasverzakking, ook wel voorwandverzakking genoemd, zakt de voorwand van de vagina naar buiten. Omdat de blaas op een deel van deze voorwand rust, is de blaas ook verzakt.

  1. Aandoening

    Fietsen en lopen kan vervelend zijn

    Bij een verzakking zakken de organen in het bekken via de vagina omlaag. Daarom heet het ook wel vaginale verzakking. Er zijn verschillende soorten vaginale verzakkingen. De blaas, de baarmoeder, de top van de schede (als de baarmoeder verwijderd is) of de endeldarm kunnen verzakken. Vaak zijn er meerdere organen tegelijk verzakt.
     
    Bij een blaasverzakking, ook wel voorwandverzakking genoemd, zakken de voorwand van de vagina en de blaas naar buiten. Je kunt de verzakking vaak zien of voelen als een uitpuiling van de vaginawand naar buiten, in de vorm van een ronde bol.
     
    Welke klachten kunt u hebben bij een blaasverzakking?
    U kunt door deze verzakking last hebben van een balgevoel tussen de benen. Fietsen en lopen kan daardoor vervelend zijn. U kunt ook een zeurderig gevoel onderin de buik krijgen, uitstralend naar de rug. De klachten worden vaak in de loop van de dag erger, door rust verminderen ze meestal.
     
    Bij een blaasverzakking kan de blaas niet altijd goed geleegd worden. Dat vergroot de kans op een blaasontsteking. Er kan meer blaasprikkeling optreden waardoor de aandrang om te plassen toeneemt en er kan urineverlies ontstaan. Ook kan er pijn onderin de rug en pijn bij het vrijen optreden.
     
    Enkele cijfers
    • 4 op de 10 vrouwen heeft een verzakking.
    • 1 op de 10 vrouwen heeft ernstige hinder van een verzakking.
    • 1 tot 2 op de 10 vrouwen wordt geopereerd wegens een verzakking.
    • 4 op de 10 vrouwen die een verzakking hebben, hebben gelijktijdig last van urineverlies.
    • 1 tot 2 op de 10 vrouwen die een verzakking hebben, hebben gelijktijdig last van verlies van ontlasting.
    Meer informatie over bekkenbodemproblemen (zoals: Wat is de bekkenbodem? en Wat zijn de oorzaken van een slappe of beschadigde bekkenbodem?) kunt u vinden op de voorlichtingswebsite van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), de beroepsvereniging voor gynaecologen. 
  2. Verwijzing

    Vragenlijst en afspraak

    U kunt voor uw klachten terecht in het Bekkenbodemcentrum. U heeft wel een verwijzing nodig van uw huisarts. Bespreek uw klachten met uw huisarts. Als het nodig is kan uw huisarts u naar het Bekkenbodemcentrum verwijzen. U kunt ook verwezen worden door een andere specialist zoals de uroloog, gynaecoloog, MDL-arts (Maag-Darm-Lever-arts), chirurg of seksuoloog.

    Vragenlijst
    Na de verwijzing krijgt u een vragenlijst opgestuurd. Het is belangrijk dat u deze zorgvuldig invult. Mocht u moeite hebben met het invullen van deze lijst, bel dan gerust even met het Bekkenbodemcentrum. Wij helpen u graag.
     
    Bij de vragenlijst zit een plasdagboek en afhankelijk van uw klachten zo nodig een poepdagboek. Sommige vrouwen zien op tegen het invullen van deze lijsten. Toch is het heel belangrijk deze lijsten zo goed mogelijk in te vullen, omdat ze belangrijke aanvullende informatie geven over uw klachten. Op deze manier voorkomen we dat u onnodige onderzoeken krijgt. 
     
    Afspraak
    Afhankelijk van de verwijsbrief en de informatie die wij uit de vragenlijsten hebben gehaald, krijgt u een op uw klachten toegespitste afspraak op ons Bekkenbodemcentrum. 
     
    Er zijn drie mogelijkheden:
    • U krijgt een afspraak met de gynaecoloog;
    • U krijgt een afspraak met de bekkenfysiotherapeut en de gynaecoloog;
    • U krijgt een afspraak voor een multidisciplinair onderzoek. Dit houdt in dat u een afspraak krijgt met zorgverleners uit verschillende vakgebieden: een continentieverpleegkundige, bekkenfysiotherapeut, gynaecoloog en uroloog. Op deze manier proberen we te zorgen dat u in één afspraak al het benodigde onderzoek krijg en er direct een diagnose en behandelplan opgesteld kan worden.

    Lees hier meer over het multidisciplinaire spreekuur

    Voorafgaand aan de onderzoeken heeft u een gesprek met de continentieverpleegkundige. In dit gesprek worden uw klachten, problemen en verwachtingen besproken en krijgt u de gelegenheid al uw vragen te stellen. Zij bespreekt uw klachten met u en de vragenlijsten die u heeft ingevuld.

    Afspraken
    Daarna heeft u afspraken met de bekkenfysiotherapeut, de uroloog en de gynaecoloog. Voor de onderzoeken moet u de kleding van uw onderlichaam en uw schoenen uittrekken. We raden u daarom aan om makkelijke kleding en schoenen te dragen. Ook is het belangrijk om te weten welke medicatie u gebruikt. U kunt van tevoren een actueel medicatieoverzicht opvragen bij uw apotheek en dit meenemen naar uw afspraak in het Bekkenbodemcentrum.

    Overleg
    Als u bij de verschillende specialisten bent geweest en de benodigde onderzoeken zijn gedaan, wordt u multidisciplinair besproken en naar aanleiding van dit overleg krijgt u een diagnose en worden de behandelmogelijkheden met u besproken. Indien nodig kan de arts u doorverwijzen naar een andere specialist voor aanvullend onderzoek.

    Veel mensen vinden het prettig om een vertrouwd iemand mee te nemen. Dat mag altijd. U kunt al ons al uw vragen stellen, zodat u niet met onduidelijkheden of andere vragen naar huis gaat. Als er thuis toch nog vragen bij u opkomen, aarzel dan niet om te bellen.

  3. Onderzoeken

    Diagnose stellen

    De gynaecoloog zal eerst in een gesprek een aantal vragen stellen. Deze vragen gaan bijvoorbeeld over de reden van uw bezoek, over uw klachten en uw algemene gezondheid.

    Inwendig onderzoek
    Daarna vindt er vaak een (inwendig) onderzoek plaats. Dit onderzoek bestaat meestal uit vier onderdelen:
    • Kijken naar de uitwendige geslachtsorganen, zoals de schaamlippen.
    • Vaginaal onderzoek met  een spreider, ook wel eendenbek genoemd. Hiermee kan de vagina en de baarmoedermond worden onderzocht. 
    • Inwendig voelen naar de inwendige geslachtsorganen, zoals de baarmoeder en de eierstokken. Om dit goed te kunnen voelen, zal de gynaecoloog met een handschoen aan twee vingers in de vagina brengen.
    • Inwendige (en soms uitwendige) echo. Bij een echo-onderzoek wordt een echokop via de vagina (inwendig), tegen de ingang van de schede (uitwendig) of op de buik (uitwendig) gebruikt. De echokop zendt onschadelijke geluidstralen uit en hierdoor verschijnt er een afbeelding van je bekkenbodem, blaas, baarmoeder, eierstokken en darmen op het beeldscherm. Op deze manier kan de gynaecoloog op zoek naar eventuele afwijkingen.
    Het inwendig onderzoek hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven. Tijdens het onderzoek zal de gynaecoloog beoordelen of u enkel een baarmoederverzakking hebt (of vaginatopverzakking als uw baarmoeder in het verleden verwijderd is). Of dat u daarnaast ook een blaas- of darmverzakking hebt. 
     
    De mate van de verzakking drukken we uit in stadia:
    • Stadium 1: er is een lichte verzakking, deze geeft meestal geen klachten.
    • Stadium 2: er is een grotere uitstulping, maar deze komt met persen niet voorbij de ingang van de vagina.
    • Stadium 3: de verzakking komt met persen voorbij de ingang van de vagina.
    • Stadium 4: de verzakking komt ook zonder persen voorbij de ingang van de vagina.

    Klik hier voor informatie over aanvullend blaasonderzoek

    Als u naast de baarmoederverzakking een blaasverzakking hebt, kan het nodig zijn om extra onderzoek te doen naar de werking van de blaas en plasbuis. Er kan onderzocht worden of u een onopgemerkte blaasontsteking hebt.

    Blaasfunctieonderzoek
    Als het nodig is wordt er een blaasfunctieonderzoek gedaan, ook wel een urodynamisch onderzoek genoemd. Daarbij kijkt de verpleegkundige hoe uw blaas en plasbuis precies reageren. Via een dun slangetje in de plasbuis wordt uw blaas gevuld. Vervolgens kan er precies gemeten worden wat er gebeurt als u hoest of plast. Dat geeft informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en de mate van urineverlies. Deze gegevens worden gebruikt om de oorzaak van uw klachten beter in te schatten en de behandeling hierop aan te passen.

    Lees meer over blaasfunctieonderzoek in deze folder

    Cystoscopie
    Ook kan de uroloog een cystoscopie verrichten. Dat is een onderzoek waarbij een heel smal buisje, waar een camera in zit, via de plasbuis in de blaas wordt gebracht. Daarmee kan de uroloog de binnenzijde van de plasbuis en de blaas inspecteren en die manier beoordelen of er geen afwijkingen aanwezig zijn. Het inwendig onderzoek kan een wat scherp gevoel geven, maar hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven en zal het onderzoek worden gestopt.

    Lees meer over een cystoscopie in deze folder

    Klik hier voor informatie over bekkenfysiotherapeutisch onderzoek

    De bekkenfysiotherapeut doet een bekkenbodemspierfunctieonderzoek. Dit houdt in dat er eerst uitwendig gekeken wordt of u de bekkenbodemspieren aan kunt spannen. Daarna wordt er inwendig onderzoek via de vagina gedaan met betrekking tot de bekkenbodemspieren. De bekkenbodemspieren worden beoordeeld op kracht, snelheid, uithoudingsvermogen maar ook of de spieren op het goede moment aanspannen bijvoorbeeld bij hoesten. Er wordt ook gekeken of de bekkenbodemspieren goed ontspannen zodat u goed kunt leegplassen of -poepen.

    Diagnose
    Aan het eind van het dagdeel bespreken de hulpverleners die u onderzocht hebben hun bevindingen met elkaar. Zij bespreken ook wat de beste behandeling voor u is. Uw arts bespreekt daarna dit behandelvoorstel met u. De assistente van het Bekkenbodemcentrum maakt vervolgens met u de afspraken voor eventuele verdere behandeling. Indien nodig kan de arts u doorverwijzen naar een andere specialist voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld de Maag-Darm-Lever-arts of de colorectaal chirurg.
  4. Behandeling

    Verschillende behandelmogelijkheden

    Moet een blaasverzakking behandeld worden?
    Een verzakking is niet gevaarlijk. Een blaasverzakking kan groter worden als u ouder wordt, maar dat hoeft niet. Als er geen klachten zijn, is behandeling niet nodig. Als de verzakking wel klachten geeft, kan de behandeling bestaan uit bekkenfysiotherapie, een ring of een operatie.  

    De volgende behandelingen zijn mogelijk:

    Bekkenfysiotherapie

    De bekkenfysiotherapeut kan u oefeningen geven om bewust te worden wat u met de bekkenbodemspieren kan. U leert de bekkenbodemspieren te gebruiken om bij activiteiten in het dagelijks leven de verzakking te beschermen. Ook leert u hoe u onnodige druk op de onderbuik kunt voorkomen en hoe u de bekkenbodemspieren kunt gebruiken om de druk op te vangen. U krijgt ook een instructie met betrekking tot toiletgebruik. Dit kan vooral voor vrouwen met een lichte tot matige verzakking de klachten voldoende verhelpen.

    De bekkenfysiotherapeut kan ook ingezet worden als voorbereiding op de operatie. Dit is om na de operatie zo goed mogelijk te kunnen herstellen en een nieuwe verzakking in de toekomst te voorkomen. De volgende behandelingen zijn verder mogelijk binnen bekkenfysiotherapie:

    • Functionele oefentherapie: Door speciale oefeningen leert u uw bekkenbodem voelen en leert u hoe u deze kunt gebruiken. Dat is vooral belangrijk bij dagelijkse bezigheden die een verhoogde druk in uw buik kunnen veroorzaken, zoals hoesten, niesen en lachen.
    • Biofeedbacktraining: Biofeedbacktraining is een behandeling waarbij u via een beeldscherm informatie krijgt over bepaalde reacties in uw lichaam: in dit geval over het aan- en ontspannen van de bekkenbodemspieren. Bij biofeedback wordt deze spieractiviteit gemeten via een elektrode die tijdens de oefeningen in uw schede (vagina) of anus wordt geplaatst. Op het beeldscherm kunt u de bewegingen van de bekkenbodemspieren volgen. Zo wordt u zich meer bewust van het gebruik van deze spieren.
    • Functionele elektrostimulatie: Met functionele elektrostimulatie (FES) kunnen uw bekkenbodemspieren door middel van hele milde stroomimpulsen kunstmatig worden samengetrokken. Deze inwendige behandeling wordt regelmatig toegepast als de bekkenbodemspieren te slap zijn of als u niet goed weet hoe u uw bekkenbodemspieren moet aanspannen. Deze behandeling is meestal maar een paar keer nodig.

    Lees meer over bekkenfysiotherapie in deze folder

    Ring

    Een vaginale ring, ook wel pessarium genoemd, kan een verzakking op de goede plek houden. We zorgen dat u de juiste maat ring krijgt, zodat u de ring niet voelt zitten. Ook tijdens het vrijen zullen u en uw partner de ring niet of nauwelijks voelen. De ring moet wel met enige regelmaat schoongemaakt worden. We kunnen u leren hoe u de ring zelf kunt verwijderen, schoonmaken en terugplaatsen. U kunt dit ook laten doen.

    Meer informatie over de ring vindt u op de voorlichtingswebsite van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), de beroepsvereniging voor gynaecologen.

    Operatie bij verzakking van de blaas

    Soms is een operatie de beste oplossing. Een voorwandplastiek is erop gericht uw eigen weefsel te herstellen. Het is een vaginale operatie waarbij we het steunweefsel tussen de vagina en de blaas met oplosbare hechtingen versterken.

    Geen matje
    We gebruiken hierbij géén matje. We overwegen alleen een kunststof implantaat, ook wel “matje” genoemd, als niet lang na een operatie opnieuw dezelfde verzakking optreedt of bij vrouwen waarbij de kans erg groot is dat ze na een operatie weer een verzakking krijgen. Dit gebeurt altijd in samenspraak met de patiënt na zorgvuldige overweging van de voordelen en de nadelen van de behandeling. 

    Bij elke operatie is er een kans op een complicatie. Bij een voorwandplastiek is de kans op complicaties zeer laag. De gynaecoloog zal u hierover voorlichten. Lees meer over een voorwandplastiek in deze folder 

    Keuzehulp bij een verzakking
    De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), de beroepsvereniging voor gynaecologen, heeft met medewerking van patiëntenvereniging Bekkenbodem4All een keuzehulp ontwikkeld voor de verschillende behandelingsmogelijkheden voor een verzakking van de baarmoeder, vaginatop, blaas of endeldarm.
     
    In deze keuzehulp krijgt u informatie over de voor- en nadelen van iedere behandeling. Met de keuzehulp kunt u zich voorbereiden op het bezoek aan de arts. Samen kiest u de behandeling die het best bij u past. U kunt de keuzehulp na afloop printen. Zo kunt u alles nog eens rustig nalezen en indien gewenst bespreken met uw huisarts, familie of vrienden. 
     
     
    Keuzehulp bij een operatie

    Bij een verzakking van de baarmoeder, vaginatop, blaas of endeldarm zijn verschillende operaties mogelijk. Deze keuzehulp gaat over de voordelen en de nadelen van de verschillende operaties. Voor een verzakking zijn ook andere behandelingen mogelijk.

    Klik hier voor de Keuzehulp operatie bij verzakking

  5. Herstel

    Na de behandeling

    U speelt zelf een belangrijke rol in het herstel. Neem voldoende tijd voor het herstel en luister goed naar uw lichaam. Het herstel varieert van ongeveer 6 weken tot 3 maanden, afhankelijk van het type operatie en uw persoonlijke situatie.  
     
    Het volgende adviseren wij u na een operatie:
    • In de eerste periode na de operatie moet u situaties vermijden waarbij overmatige druk wordt uitgeoefend op het geopereerde gebied, zoals tillen, persen, sporten, hoesten en obstipatie (moeizame stoelgang). We raden u aan de eerste 2 weken niet meer dan 2 kilo te tillen. Drie maanden na de ingreep is het operatiegebied maximaal van kracht en genezen. Let tot die tijd op met het optillen van voorwerpen zwaarder dan 10 kilo.
    • Om te voorkomen dat u na de operatie een moeizame stoelgang krijgt wordt er tijdelijk een laxeermiddel voorgeschreven. Het is belangrijk dit trouw in te nemen omdat hardere ontlasting en persen het resultaat van de operatie negatief kunnen beïnvloeden. Verstopping of obstipatie kan er voor zorgen dat plassen niet goed gaat.
    • Het is van belang om goed uit te plassen. Lees hier onze folder met toiletadviezen. Het kan voorkomen dat u na het verwijderen van de katheter niet of niet goed kunt leegplassen. Meestal heeft dit tijd nodig en herstelt dit vanzelf. Het kan nodig zijn tijdelijk zelf  te katheriseren. U wordt hierbij begeleid door de continentieverpleegkundige. 
    • Het belangrijk om 2 liter per dag te drinken. Om de kans op een urineweginfectie nog kleiner te maken kunt u ook tijdelijk cranberrysap of cranberry-tabletten gebruiken.
    • We raden u aan 2 tot 6 weken vrij te plannen van werk. Uw arts kan u hierin raad geven, aangezien het afhangt van wat voor werk u doet en het type ingreep dat u hebt laten verrichten. U zou binnen 3 tot 4 weken na de ingreep in staat moeten zijn auto te rijden en fit genoeg moeten zijn voor lichte activiteiten, zoals een korte wandeling. 
    • U kunt het beste 5 tot 6 weken wachten voor u weer seksueel actief wordt. Seksueel actief worden moet u doen wanneer je daar zelf aan toe bent. Neem er zeker in het begin rustig de tijd en aandacht voor. Sommige vrouwen hebben baat bij een glijmiddel. Dat kunt u bij de drogist kopen. 
    • Doordat u niet mag sporten en minder zult bewegen, zal uw conditie en spierkracht achteruitgaan. Hierdoor bent u de eerste periode na de operatie sneller moe. Zodra u zich daartoe in staat voelt, adviseren wij u regelmatig een klein stukje ontspannen te wandelen en dit als het kan uit te breiden. 
    Contact opnemen
    Heeft u vragen over het herstel of hebt u last van een van de onderstaande klachten, neem dan contact op met het ziekenhuis. De afdeling Gynaecologie is continu bereikbaar, 24 uur per dag, 7 dagen in de week. Gaat alles goed, dan komt u na 4 tot 6 weken langs voor controle bij de gynaecoloog. Deze controleert of alles netjes is genezen. 
     
    Heeft u tijdens de herstelperiode de volgende klachten? Neem dan in elk geval contact op met het ziekenhuis.
    • koorts;
    • hevige pijn;
    • ruim of aanhoudend bloedverlies;
    • pijn bij het plassen;
    • problemen met de ontlasting (hard of pijnlijk of bloedverlies bij de ontlasting).
    Resultaat
    Door de operatie is de verzakking verholpen. Het gevoel van een bal tussen uw benen verdwijnt. Mogelijk verdwijnt de pijn onderin de buik of rug. U kunt beter uitplassen. Als u door de verzakking last had van urineverlies, dan neemt dat waarschijnlijk af. Operaties in gynaecologisch gebied kunnen veranderingen geven in de beleving van de seksualiteit in vergelijking met voor de operatie. Dit is een punt dat de gynaecoloog met u zal bespreken.
     
    Ook na de operatie is het belangrijk om te bedenken dat veelvuldig zwaarder tillen dat de bekkenbodem aankan opnieuw tot klachten kan leiden. Ook een gezond gewicht en een gezonde levensstijl dragen op een positieve manier bij om klachten te voorkomen. 

    Verdwijnen al mijn klachten?

    Vrouwen die een verzakkingsoperatie hebben laten verrichten geven aan voor ongeveer 70 procent minder lichamelijke en sociale beperkingen te ervaren dan voor de operatie. Vaak gaan de klachten niet helemaal over. Klachten die gerelateerd zijn aan de verzakking, zoals overmatig vaak plassen, urineverlies, pijn, pijn bij het vrijen en verstopping nemen met bijna 80 procent af.

    Is er een kans dat ik opnieuw last van een verzakking krijg?

    7 op de 10 vrouwen is met een eenmalige verzakkingsoperatie voldoende behandeld voor de rest van hun leven, maar bij 1 op de 2 vrouwen ontstaat er wel weer enige verzakking in de jaren na de ingreep. Helaas heeft 1 op de 6 vrouwen die een verzakkingsoperatie heeft gehad, binnen 5 jaar na de operatie opnieuw een dermate ernstige verzakking dat er nog een operatie nodig is.

Naar boven