Maatregelen en veelgestelde vragen rondom corona. Meer informatie

Zorgpad

Verlies van ontlasting

Verlies van ontlasting, ook wel fecale incontinentie of ontlastingsincontinentie genoemd, is het ongewild verlies van ontlasting of het laten van winden op een ongewenste tijd en plaats. Het kan grote invloed hebben op de kwaliteit van leven. Gelukkig zijn er vaak behandelmogelijkheden.

  1. Aandoening

    Oorzaken van ongewild verlies van ontlasting

    Normale ontlasting
    Ontlasting wordt verwerkt in de darmen. Als de endeldarm vol raakt, voel je de aandrang om te poepen. De endeldarm is het laatste stukje van de darm vlak boven de anus. De anus wordt afgesloten door een sluitspier en door de bekkenbodemspieren, waardoor je je ontlasting kunt ophouden. Wanneer je naar het toilet gaat, ontspannen de sluitspier en de bekkenbodemspieren zich. Dit zorgt ervoor dat de ontlasting naar buiten kan.

    Verlies van ontlasting
    Verlies van ontlasting, ook wel anale incontinentie, fecale incontinentie of ontlastingsincontinentie genoemd, is het ongewild verlies van ontlasting of het laten van winden op een ongewenste tijd en plaats. Verlies van dunne of vaste ontlasting komt voor bij 6 procent van de volwassen vrouwen. Het komt met name op latere leeftijd voor. Als je last hebt van verlies van ontlasting kan het zijn dat je de deur niet meer uit durft. 
     
    Oorzaken van verlies van ontlasting
    Er zijn meerdere oorzaken die kunnen leiden tot verlies van ontlasting. Zo kan zijn dat de sluitspier slecht functioneert, de zenuwen die de anale spieren of het gevoel van aandrang regelen kunnen beschadigd zijn, de bekkenbodemspieren kunnen verzwakt zijn en het gevoel in de endeldarm kan veranderd zijn. 
     
    Klik hieronder op de mogelijke oorzaken:

    Beschadiging van de sluitspier

    Een beschadiging van de sluitspier van de anus, ook wel kringspier genoemd, kan ongewenst verlies van ontlasting bij vrouwen veroorzaken. Bij vrouwen kan deze schade ontstaan tijdens een bevalling. Daarnaast kan de sluitspier ook beschadigd zijn door operaties aan de anus of endeldarm, zoals bij de verwijdering van aambeien of het herstellen van een anale verzakking.

    Schade aan het zenuwstelsel

    Een beschadiging van de zenuwen die de sluitspier of de bekkenbodemspieren aansturen of die het gevoel van aandrang voor ontlasting regelen kan ongewenst ontlastingsverlies veroorzaken. Zenuwletsel kan bijvoorbeeld optreden door een bevalling, een operatie in het bekken, suikerziekte, aandoeningen van het ruggenmerg of Multiple Sclerose.

    Verzwakte bekkenbodemspieren

    Een verzwakte bekkenbodemspier kan ongewenst ontlastingsverlies veroorzaken. Deze spierverzwakking treedt vooral op latere leeftijd op. Het leidt tot ontlastingsverlies doordat de spieren de organen in de bekkenbodem onvoldoende steun bieden.

    Verminderde elasticiteit van de endeldarm

    Een verminderde elasticiteit, “rekbaarheid”, van de endeldarm kan de tijd verkorten die iemand heeft om het ontlasten uit te stellen bij aandrang. Soms is dit zo kort dat het niet lukt om het toilet op tijd te bereiken. Verminderde elasticiteit van de endeldarm kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een in het verleden verrichte operatie of bestraling.

    Veelal zijn er meerdere factoren aanwezig die het verlies van ontlasting kunnen verklaren. Meer informatie over verlies van ontlasting kunt u vinden op de voorlichtingswebsite van de Internationale Urogynaecologische Vereniging (IUGA), een internationale medische vereniging gericht op de bevordering van kennis en patiëntenzorg over problemen in het bekkenbodemgebied.

  2. Verwijzing

    Vragenlijst en afspraak

    U kunt voor uw klachten terecht bij een gynaecoloog, MDL-arts (Maag-Darm-Lever-arts), colorectaal chirurg of het Bekkenbodemcentrum. U heeft wel een verwijzing nodig van uw huisarts. Bespreek uw klachten met uw huisarts. Als het nodig is kan uw huisarts u naar het Bekkenbodemcentrum verwijzen. U kunt ook verwezen worden door een andere specialist zoals de uroloog, MDL-arts, chirurg of seksuoloog.
     
    Vragenlijst
    Na de verwijzing krijgt u een vragenlijst opgestuurd. Het is belangrijk dat u deze zorgvuldig invult. Mocht u moeite hebben met het invullen van deze lijst, bel dan gerust even met het Bekkenbodemcentrum. Wij helpen u graag.
     
    Bij de vragenlijst zit een plasdagboek en afhankelijk van uw klachten zo nodig een poepdagboek. Sommige mensen zien op tegen het invullen van deze lijsten. Toch is het heel belangrijk deze lijsten zo goed mogelijk in te vullen, omdat ze belangrijke aanvullende informatie geven over uw klachten. Op deze manier voorkomen we dat u onnodige onderzoeken krijgt. 
     
    Afspraak
    Afhankelijk van de verwijsbrief en de informatie die wij uit de vragenlijsten hebben gehaald, krijgt u een op uw klachten toegespitste afspraak op ons Bekkenbodemcentrum. 
     
    Er zijn vier mogelijkheden:
    • U krijgt een afspraak met de gynaecoloog.
    • U krijgt een afspraak met de bekkenfysiotherapeut en de gynaecoloog.
    • U krijgt een afspraak  met de continentieverpleegkundige en de gynaecoloog.
    • U krijgt een afspraak voor een multidisciplinair onderzoek. Dit houdt in dat u een afspraak krijgt met zorgverleners uit verschillende vakgebieden: een continentieverpleegkundige, bekkenfysiotherapeut, gynaecoloog en uroloog. Op deze manier proberen we te zorgen dat u in één afspraak al het benodigde onderzoek krijgt en er direct een diagnose en behandelplan opgesteld kan worden.

    Lees hier meer over het multidisciplinaire spreekuur

    Voorafgaand aan de onderzoeken heeft u een gesprek met de continentieverpleegkundige. In dit gesprek worden uw klachten, problemen en verwachtingen besproken en krijgt u de gelegenheid al uw vragen te stellen. Zij bespreekt uw klachten met u en de vragenlijsten die u heeft ingevuld.

    Afspraken
    Daarna heeft u afspraken met de bekkenfysiotherapeut, de uroloog en/of de gynaecoloog. Voor de onderzoeken moet u de kleding van uw onderlichaam en uw schoenen uittrekken. We raden u daarom aan om makkelijke kleding en schoenen te dragen. Ook is het belangrijk om te weten welke medicatie u gebruikt. U kunt van tevoren een actueel medicatieoverzicht opvragen bij uw apotheek en dit meenemen naar uw afspraak in het Bekkenbodemcentrum.

    Overleg
    Als u bij de verschillende specialisten bent geweest en de benodigde onderzoeken zijn gedaan, wordt u multidisciplinair besproken en naar aanleiding van dit overleg krijgt u een diagnose en worden de behandelmogelijkheden met u besproken. Indien nodig kan de arts u doorverwijzen naar een andere specialist voor aanvullend onderzoek. Bijvoorbeeld een van de Maag-Darm-Leverartsen of de colorectaal chirurg waar we nauw mee samenwerken. Soms wordt een casus besproken op het maandelijks multidisciplinair overleg. Hierbij zijn de uroloog, de gynaecoloog, de chirurg, de MDL-arts, de bekkenfysiotherapeut en de continentieverpleegkundige aanwezig.

    Veel mensen vinden het prettig om een vertrouwd iemand mee te nemen. Dat mag altijd. U kunt al ons al uw vragen stellen, zodat u niet met onduidelijkheden of andere vragen naar huis gaat. Als er thuis toch nog vragen bij u opkomen, aarzel dan niet om te bellen.

  3. Onderzoeken

    Diagnose stellen

    De arts zal eerst in een gesprek een aantal vragen stellen. Deze vragen gaan bijvoorbeeld over de reden van uw bezoek, over uw klachten en over uw algemene gezondheid.

    Onderzoek bij vrouwen met verlies van ontlasting

    Vaak vindt er een (inwendig) onderzoek plaats. Dit onderzoek bestaat meestal uit vier onderdelen:

    • Kijken naar de uitwendige geslachtsorganen, zoals de schaamlippen en de anus.
    • Inbrengen van een spreider, ook wel eendenbek genoemd, in de vagina. Hiermee kan de vagina en de baarmoedermond worden onderzocht. Tijdens het onderzoek zal de gynaecoloog beoordelen of u ook een verzakking heeft.
    • Inwendig voelen. De gynaecoloog zal met een handschoen twee vingers in de vagina brengen om de inwendige geslachtsorganen, zoals de baarmoeder en de eierstokken, en de bekkenbodemspieren te kunnen beoordelen. De bekkenfysiotherapeut of de gynaecoloog zal met een handschoen een vinger via de anus inbrengen om het laatste deel van de endeldarm en het functioneren van de sluitspier te kunnen beoordelen.
    • Inwendige (en soms uitwendige) echo. Bij een echo-onderzoek wordt een echokop gebruikt via de vagina (inwendig), tegen de ingang van de schede (uitwendig) of op de buik (uitwendig). De echokop zendt onschadelijke geluidstralen uit en hierdoor verschijnt er een afbeelding van uw bekkenbodem, blaas, baarmoeder, eierstokken en darmen op het beeldscherm. Op deze manier kan de gynaecoloog op zoek naar eventuele afwijkingen.
    • Het inwendig onderzoek hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven en zal het onderzoek worden gestopt.

    Onderzoek bij mannen met verlies van ontlasting

    Vaak vindt er een (inwendig) onderzoek plaats. Dit onderzoek bestaat meestal uit drie onderdelen:

    • Kijken naar de anus.
    • Inwendig voelen. De bekkenfysiotherapeut of de arts zal met een handschoen een vinger via de anus inbrengen om het laatste deel van de endeldarm en het functioneren van de sluitspier te kunnen beoordelen.
    • Inwendige (en soms uitwendige) echo. Bij een echo-onderzoek wordt een echokop gebruikt via de anus (inwendig) of op de buik (uitwendig). De echokop zendt onschadelijke geluidstralen uit en hierdoor verschijnt er een afbeelding van je bekkenbodem, blaas en darmen op het beeldscherm. Op deze manier kan de dokter op zoek naar eventuele afwijkingen.
    • Het inwendig onderzoek hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven en zal het onderzoek worden gestopt.

    Aanvullend darmonderzoek
    Als u problemen hebt met de stoelgang, zoals loze aandrang of het moeilijk naar buiten krijgen van de ontlasting, kan het nodig zijn een defaecogram te laten verrichten. Dit is een onderzoek waarbij door middel van röntgenstraling wordt bekeken hoe u de ontlasting kwijtraakt. Dit onderzoek wordt uitgevoerd op de afdeling radiologie.

    Lees hier meer over een defaecogram

    Tijdens het onderzoek brengt de verpleegkundige of arts een klein slangetje in de anus. Via dit slangetje wordt er een papje met contrastmiddel in de dikke darm ingespoten. Bij een onderzoek van de dunne darm wordt u gevraagd om contrastvloeistof te drinken voorafgaand aan het onderzoek.

    Speciaal toilet
    Nadat het contrastmiddel of de contrastvloeistof is ingenomen gaat u op een speciaal toilet zitten. Door middel van röntgenstralen maakt de radioloog een opname van de werking van de darmen. De verpleegkundige of arts vraagt u verschillende opdrachten uit te voeren zoals: ontspannen zitten, ontlasting ophouden, persen en poepen. Door het eerder ingebrachte contrastmiddel worden al deze activiteiten door de röntgenstraling op video vastgelegd.

    Niet pijnlijk
    Het onderzoek geeft informatie over de endeldarm, de dunne darm en de werking van de bekkenbodem. Deze gegevens worden gebruikt om de oorzaak van uw klachten beter in te schatten en de behandeling hierop aan te passen. Het inwendig onderzoek hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven en zal het onderzoek worden gestopt.

    Sluitspier
    Soms kan het nodig zijn een aanvullend rectaal functieonderzoek te verrichten. Hierbij wordt er gekeken naar de functie van de sluitspier en de elasticiteit en het gevoel van de endeldarm.

  4. Behandeling

    Verschillende behandelmogelijkheden

    Veel mensen blijven uit schaamte rondlopen met verlies van ontlasting. Dat is onnodig, want er zijn behandelingen die kunnen helpen. Uw behandeling hangt uiteraard af van de oorzaak van het verlies van ontlasting. De behandeling bestaat vaak in eerste instantie uit bekkenfysiotherapie en leefstijl- en voedingsadviezen, zo nodig aangevuld met extra vezels.

    Het spoelen van de endeldarm kan een goede oplossing zijn om voor de rest van de dag verzekerd te zijn dat er geen verlies van ontlasting meer op zal treden en je onbezorgd op pad kunt. Soms kan een anale tampon de beste oplossing zijn. Als alle andere behandelmethoden geen goed resultaat opleveren kan het bij uitzondering zijn dat de arts een operatieve behandeling voorstelt.

    Klik op onderstaande onderwerpen voor meer informatie:

    Voedingsadvies

    De continentieverpleegkundige, bekkenfysiotherapeut of arts kunnen u adviezen geven over de voeding. Veranderingen in het dieet, bijvoorbeeld een vezelrijk dieet, kunnen mogelijk moeizame stoelgang en diarree voorkomen.

    Bekkenfysiotherapie

    De bekkenfysiotherapeut kan u oefeningen geven om bewust te worden wat u met de bekkenbodemspieren kan. U leert de bekkenbodemspieren te gebruiken om bij activiteiten in het dagelijks leven de verzakking te beschermen. De bekkenfysiotherapeut leert u hoe u onnodige druk op de onderbuik kunt voorkomen en hoe u de bekkenbodemspieren kunt gebruiken om de druk op te vangen.

    Toiletgebruik
    U krijgt ook instructie met betrekking tot toiletgebruik. Dit kan vooral voor vrouwen met een lichte tot matige verzakking de klachten voldoende verhelpen. De bekkenfysiotherapeut kan ook ingezet worden als voorbereiding op de operatie. Dit is om na de operatie zo goed mogelijk te kunnen herstellen en een nieuwe verzakking in de toekomst te voorkomen.

    Lees meer over bekkenfysiotherapie in deze folder

    Medicatie

    De arts kan u extra vezels voorschrijven om de darmfunctie te verbeteren. Soms kan er medicatie voorgeschreven worden om de ontlasting vaster te maken, zodat het wel lukt om de ontlasting op te houden.

    Continentiezorg 

    De continentieverpleegkundige kan u adviseren bij problemen met de ontlasting. Allereerst gaat de verpleegkundige dieper in op wat het probleem nu echt inhoudt voor u en uw dagelijks leven. In het gesprek zal de verpleegkundige leefstijl- en voedingsadviezen bespreken.

    Hulpmiddelen
    Voor sommige patiënten is het gebruik van hulpmiddelen noodzakelijk. De continentieverpleegkundige is op de hoogte van actuele veranderingen op gebied van hulpmiddelen. U krijgt een merkonafhankelijk, functioneringsgericht advies: een hulpmiddel op maat. Als er een indicatie is, kan de continentieverpleegkundige een machtiging verzorgen voor de levering van de benodigde hulpmiddelen. Uw zorgverzekeraar kan sturend zijn in de keuze voor een leverancier, het Albert Schweitzer ziekenhuis is dat niet.

    Vergoeding
    Vergoedingen staan benoemd in uw polis, houdt u hierbij rekening met uw eigen risico. Soms kan het spoelen van de endeldarm een goede oplossing zijn. Het doel van darmspoelen is dat er geen verlies van ontlasting meer optreedt omdat de darm leeggespoeld is, zodat u onbezorgd op pad kunt. Lees meer in de folder darmspoelen

    Operatie

    Als andere behandelmethoden geen goed resultaat opleveren, kan het zijn dat de arts u een operatieve behandeling voorstelt. Er zijn verschillende operatieve mogelijkheden voor de behandeling van ongewenst ontlasting verlies. Een voorbeeld is een operatie die erop gericht is de sluitspier te herstellen of een inwendige verzakking van de endeldarm op te heffen. Bij ernstig verlies van ontlasting, waarbij alle andere behandelingsmogelijkheden geen effect hebben, kan een stoma (kunstmatige uitgang) een laatste redmiddel zijn.

Naar boven

Bezoekt u een van onze locaties?

Vul voor uw komst deze vragenlijst in