Zorgpad

Urineverlies

Ongewild urineverlies (of: urine-incontinentie) kan op elke leeftijd voorkomen en is vaak een sociaal en/of hygiënisch probleem. Ongewild urineverlies leidt vaak tot gevoelens van schaamte en frustratie. In veel gevallen is het probleem echter te verhelpen of sterk te verminderen. 

  1. Aandoening

    Kenmerken en oorzaken

    De oorzaken voor ongewild urineverlies verschillen meestal per leeftijdscategorie. Het optreden van urine-incontinentie neemt toe met de leeftijd. Urine-incontinentie komt voor bij meer dan de helft van de zelfstandig thuiswonende Nederlandse vrouwen van 45 jaar en ouder. Ook mannen kunnen last hebben van urine-incontinentie. Dit komt echter twee keer zo weinig voor als bij vrouwen.

    Er zijn verschillende vormen van urine-incontinentie:

    Stressincontinentie

    Stressincontinentie wordt ook wel inspanningsincontinentie genoemd. Er is sprake van onwillekeurig urineverlies bij momenten als hoesten, niezen, lachen, bukken, tillen, sporten of bij zodanig bewegen dat de druk in de buik plotseling toeneemt. Stressincontinentie is de meest voorkomende vorm van incontinentie bij vrouwen, maar kan ook bij mannen voorkomen.

    Mogelijke oorzaken van stressincontinentie kunnen zijn:

    • Een zwakke blaasfunctie (sluitspier die de afvoer van urine uit de blaas reguleert);
    • Zwakke of té sterk werkende bekkenbodemspieren;
    • Bij vrouwen: verminderde weerstand tegen urinelozing als gevolg van oestrogeentekort (overgang)of lichamelijke veranderingen door één of meerdere bevallingen of een operatie in de onderbuik;
    • Bij mannen: verwijdering van de prostaat (radicale prostatectomie) of het bovenste gedeelte van de plasbuis.

    Aandrangincontinentie

    Aandrangincontinentie (of: urge-incontinentie) is een dwingende aandrang om urine te lozen, gevolgd door onwillekeurig urineverlies. Normaal kan men urine enige tijd ophouden nadat men voor het eerst voelt dat de blaas vol is. Mensen met aandrangincontinentie hebben meestal te weinig tijd om het toilet te bereiken. Bij vrouwen kan deze aandoening al dan niet voorkomen in combinatie met stressincontinentie, ook wel gemengde urine-incontinentie genoemd.

    Mogelijke oorzaken van aandrangincontinentie kunnen zijn:

    • Een urineweginfectie; 
    • Hyperactiviteit van de blaas; 
    • Een belemmering van de urinelozing; 
    • Blaasstenen of tumoren; 
    • Geneesmiddelen, vooral urinedrijvende middelen.

    Overloop-urine-incontinentie

    Overloop-urine-incontinentie is het onwillekeurig lekken van kleine hoeveelheden urine uit een volle blaas. Dit treedt op als de blaas door chronisch vasthouden van urine vergroot en ongevoelig raakt. De druk in de blaas wordt zo hoog dat er kleine hoeveelheden urine wegdruppelen. Bij lichamelijk onderzoek voelt de arts vaak een volle blaas.

    Mogelijke oorzaken van overloop-urine-incontinentie zijn:

    • De urine kan niet goed afvloeien, meestal door prostaatvergroting of prostaatkanker bij mannen of door een aangeboren vernauwing van de plasbuis bij kinderen;
    • Verzwakte blaasspieren;
    • Zenuwstoornis;
    • Geneesmiddelen.
  2. Verwijzing

    Vragenlijst en afspraak

    U kunt voor uw klachten terecht in het Bekkenbodemcentrum. U heeft wel een verwijzing nodig van uw huisarts. Bespreek uw klachten met uw huisarts. Als het nodig is kan uw huisarts u naar het Bekkenbodemcentrum verwijzen. U kunt ook verwezen worden door een andere specialist zoals de uroloog, gynaecoloog, MDL-arts (Maag-Darm-Lever-arts), chirurg of seksuoloog.

    Vragenlijst
    Na de verwijzing krijgt u een vragenlijst opgestuurd. Het is belangrijk dat u deze zorgvuldig invult. Mocht u moeite hebben met het invullen van deze lijst, bel dan gerust even met het Bekkenbodemcentrum. Wij helpen u graag.
     
    Bij de vragenlijst zit een plasdagboek en afhankelijk van uw klachten zo nodig een poepdagboek. Sommige vrouwen zien op tegen het invullen van deze lijsten. Toch is het heel belangrijk deze lijsten zo goed mogelijk in te vullen, omdat ze belangrijke aanvullende informatie geven over uw klachten. Op deze manier voorkomen we dat u onnodige onderzoeken krijgt. 
     
    Afspraak
    Afhankelijk van de verwijsbrief en de informatie die wij uit de vragenlijsten hebben gehaald, krijgt u een op uw klachten toegespitste afspraak op ons Bekkenbodemcentrum. 
     
    Er zijn drie mogelijkheden:
    • U krijgt een afspraak met de uroloog;
    • U krijgt een afspraak met de bekkenfysiotherapeut en de uroloog;
    • U krijgt een afspraak voor een multidisciplinair onderzoek. Dit houdt in dat u een afspraak krijgt met zorgverleners uit verschillende vakgebieden: een continentieverpleegkundige, bekkenfysiotherapeut, gynaecoloog en uroloog. Op deze manier proberen we te zorgen dat u in één afspraak al het benodigde onderzoek krijg en er direct een diagnose en behandelplan opgesteld kan worden.

    Lees hier meer over het multidisciplinaire spreekuur

    Voorafgaand aan de onderzoeken heeft u een gesprek met de continentieverpleegkundige. In dit gesprek worden uw klachten, problemen en verwachtingen besproken en krijgt u de gelegenheid al uw vragen te stellen. Zij bespreekt uw klachten met u en de vragenlijsten die u heeft ingevuld.

    Afspraken
    Daarna heeft u afspraken met de bekkenfysiotherapeut, de uroloog en/of de gynaecoloog. Voor de onderzoeken moet u de kleding van uw onderlichaam en uw schoenen uittrekken. We raden u daarom aan om makkelijke kleding en schoenen te dragen. Ook is het belangrijk om te weten welke medicatie u gebruikt. U kunt van tevoren een actueel medicatieoverzicht opvragen bij uw apotheek en dit meenemen naar uw afspraak in het Bekkenbodemcentrum.

    Overleg
    Als u bij de verschillende specialisten bent geweest en de benodigde onderzoeken zijn gedaan, wordt u multidisciplinair besproken en naar aanleiding van dit overleg krijgt u een diagnose en worden de behandelmogelijkheden met u besproken. Indien nodig kan de arts u doorverwijzen naar een andere specialist voor aanvullend onderzoek.

    Veel mensen vinden het prettig om een vertrouwd iemand mee te nemen. Dat mag altijd. U kunt al ons al uw vragen stellen, zodat u niet met onduidelijkheden of andere vragen naar huis gaat. Als er thuis toch nog vragen bij u opkomen, aarzel dan niet om te bellen.

  3. Onderzoeken

    Diagnose stellen

    Onderzoek bij de uroloog
    De uroloog stelt vragen om te zien of u drangincontinentie of inspanningsincontinentie hebt. De uroloog vraagt daarnaast onder meer naar uw voorgeschiedenis, het gebruik van medicijnen en bij vrouwen naar het aantal bevallingen. De arts kijkt bij lichamelijk onderzoek naar uw buik en bij het inwendig onderzoek bij vrouwen naar de spieren aan de onderkant rond de vagina. Dit is de bekkenbodem. Misschien vraagt hij of u wilt hoesten of persen. 

    De uroloog kan de volgende onderzoeken doen:

    Plasdagboek

    Bij de vragenlijst die u heeft ontvangen is aan u gevraagd om een plasdagboek bij te houden. Dit is een formulier waarop u bijhoudt hoeveel u drinkt, hoeveel u plast en wanneer u urine verliest. Het is belangrijk dat u dit plasdagboek tenminste twee dagen bijhoudt. De uroloog bespreekt dit plasdagboek met u.

    Urinetest

    Zo nodig onderzoeken we uw urine, om te zien of u een blaasontsteking hebt.

    Plastest (uroflowmetrie)

    Bij deze test plast u op een speciaal toilet. Hiermee kunnen we de kracht van de urinestraal meten. Na het plassen meten we met een echoapparaat hoeveel urine er in de blaas is achtergebleven.

    Een cystoscopie

    Een cystoscopie is een inwendig onderzoek van uw plasbuis en blaas. Bij dit onderzoek wordt een kijkbuis (cystoscoop) via uw plasbuis naar uw blaas geschoven. De uroloog kan zo uw plasbuis en blaas bekijken. Na dit onderzoek heeft u een volle blaas. Er wordt aan u gevraagd om uit te plassen op een speciaal toilet (plastest of uroflowmetrie). U kunt na het onderzoek een wat branderig gevoel hebben bij het plassen. Door veel te drinken verdwijnt dit gevoel weer snel.

    Lees meer over een cystoscopie in deze folder

    Blaasfunctieonderzoek (urodynamisch onderzoek)

    Bij dit onderzoek worden er slangetjes ingebracht in de blaas en de endeldarm. Als de blaas wordt gevuld met water, meten we de druk in de blaas en de darm. Tijdens het plassen meten we de stroomsnelheid van de urinestraal en de druk in de blaas. Zo onderzoeken we hoe de blaasspier en de sluitspier werken.

    Lees meer over een blaasfunctieonderzoek in deze folder

    Luiertest (padtest)

    U draagt dan een inlegger of luier voor een vaste periode, bijvoorbeeld 1 uur of 24 uur. Daarna wordt deze gewogen en kunnen we precies meten hoeveel urineverlies u hebt gehad.

    Onderzoek bij de bekkenfysiotherapeut
    De bekkenfysiotherapeut doet een bekkenbodemspierfunctie-onderzoek. Dit houdt in dat er eerst uitwendig wordt gekeken wordt of u de bekkenbodemspieren kan aanspannen. Daarna wordt er inwendig onderzoek via de vagina gedaan met betrekking tot de bekkenbodemspieren. De bekkenbodemspieren worden beoordeeld op kracht, snelheid , uithoudingsvermogen en of de spieren op het goede moment aanspannen, bijvoorbeeld bij hoesten. Er wordt ook gekeken of de bekkenbodemspieren goed ontspannen, zodat u goed kunt leegplassen en -poepen.
     
    Onderzoek bij de gynaecoloog
    De gynaecoloog zal eerst in een gesprek een aantal vragen stellen. Deze vragen gaan bijvoorbeeld over de reden van uw bezoek, over uw klachten en uw algemene gezondheid. Daarna vindt er vaak een (inwendig) onderzoek plaats.

    Lees hier meer over het inwendig onderzoek

    Het inwendig onderzoek bestaat meestal uit vier onderdelen:

    • Kijken naar de uitwendige geslachtsorganen, zoals de schaamlippen.
    • Vaginaal onderzoek met een spreider, ook wel eendenbek genoemd. Hiermee kan de vagina en de baarmoedermond worden onderzocht.
    • Inwendig voelen naar de inwendige geslachtsorganen, zoals de baarmoeder en de eierstokken. Om dit goed te kunnen voelen, zal de gynaecoloog met een handschoen aan twee vingers in de vagina brengen.
    • Inwendige (en soms uitwendige) echo. Bij een echo-onderzoek wordt een echokop via de vagina (inwendig), tegen de ingang van de schede (uitwendig) of op de buik (uitwendig) gebruikt. De echokop zendt onschadelijke geluidstralen uit en hierdoor verschijnt er een afbeelding van je bekkenbodem, blaas, baarmoeder, eierstokken en darmen op het beeldscherm. Op deze manier kan de gynaecoloog op zoek naar eventuele afwijkingen.

    Het inwendig onderzoek hoort niet pijnlijk te zijn. Als u toch pijn ervaart kunt u dit op elk moment aangeven. Tijdens het onderzoek zal de gynaecoloog beoordelen of u enkel een baarmoederverzakking hebt (of vaginatopverzakking als uw baarmoeder in het verleden verwijderd is). Of dat u daarnaast ook een blaas- of darmverzakking hebt.

    Diagnose
    Aan het eind van het dagdeel bespreken de hulpverleners die u onderzocht hebben hun bevindingen met elkaar. Zij bespreken ook wat de beste behandeling voor u is. Uw arts bespreekt daarna dit behandelvoorstel met u. De assistente van het Bekkenbodemcentrum maakt vervolgens met u de afspraken voor eventuele verdere behandeling. Indien nodig kan de arts u doorverwijzen naar een andere specialist voor aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld de Maag-Darm-Lever-arts of de colorectaal chirurg.

  4. Behandeling

    Verschillende behandelmogelijkheden

    Stress-incontinentie 
    Wat niet iedereen weet is dat deze klacht meestal volledig te verhelpen is. 

     
    Aandrangincontinentie 
    Er zijn verschillende mogelijkheden om aandrangincontinentie te behandelen. Meestal wordt eerst gekeken of de mogelijke oorzaak snel weggenomen kan worden. Als er bijvoorbeeld sprake is van een tijdelijke aandoening, zoals blaasontsteking, dan wordt antibiotica voorgeschreven. 
     
    Als dat niet voldoende is, dan zijn er ook andere behandelmogelijkheden, ieder met zijn eigen voor- en nadelen. De arts zal dit met u bespreken.
     
     
    Overloopincontinentie
    Er zijn verschillende manieren om overloopincontinentie te behandelen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van een verblijfscatheter (een catheter die u voor langere tijd krijgt) of door het dagelijks catheteriseren (wat u zelf kunt leren). 
     
    Een behandeling met medicijnen is ook mogelijk. Er zijn verschillende medicijnen die ervoor zorgen dat de urine beter kan uitstromen. Voorbeelden van deze medicijnen zijn alfuzosine, prazosine, tamsulosine en terazosine (dit zijn stofnamen, de merknamen van de medicijnen kunnen verschillen).
     
    Als de incontinentieklachten komen doordat uw prostaat vergroot is, dan kan een operatie een goede oplossing bieden. Deze operatie wordt TURprostaat genoemd. 
  5. Herstel

    Na de behandeling

    Van de patiënten die met neuromodulatie worden behandeld, is de behandeling in 70 procent van de gevallen succesvol. Patiënten die met succes zijn behandeld blijven onder controle waarbij de batterij elke 3 tot 5 jaar vervangen moet worden.

    Van de behandelde patiënten met Botox heeft 95 procent een verbetering van de klachten. 75 tot 80 procent is heel tevreden.
Naar boven