Zorgpad

Vernauwing halsslagader

Vernauwing van de halsslagaderen wordt ook wel carotislijden genoemd. Bij een vernauwing in de halsslagaderen kunnen verschijnselen ontstaan, zoals:

  • Voorbijgaande kortdurende blindheid (amaurosis fugax);
  • Voorbijgaande kortdurende (vaak gedeeltelijke) verlamming van hand of been en/of spraak (TIA);
  • Blijvende hersenschade met uitval aan een lichaamshelft, ook beroerte genoemd (CVA).
 

  1. Het onderzoek

    Het onderzoek

    Als u één van deze verschijnselen heeft gehad, verwijst de huisarts u naar de neuroloog. U wordt onderzocht op de TIA dagopname in Zwijndrecht of in de kliniek in Dordrecht op locatie Dordwijk. Hier probeert men de oorzaak voor dit probleem op te sporen.

    Eerst wordt een duplex van de halsslagaderen gedaan. Bij dit onderzoek worden uw bloedvaten onderzocht met (niet hoorbare) geluidsgolven. Daarna een MRA (MRI van de bloedvaten) of een CTA (CT-scan van de bloedvaten). Soms moet ook nog een angiografie worden gemaakt. U krijgt bloedverdunnende middelen.

    Als uit de onderzoeken blijkt dat u een vernauwing heeft van meer dan 50%, dan bepaalt de neuroloog op basis van meerdere factoren of u moet worden geopereerd. Als dit het geval is dan vindt de operatie op korte termijn plaats en wordt u naar de vaatchirurg doorverwezen. Zo wordt voorkomen dat de vernauwing een nieuwe TIA of beroerte veroorzaakt.

  2. De behandeling

    De behandeling

    Na een beroerte is er vaak een zieke slagader naar de hersenen. Er is een kans dat in de toekomst een propje losschiet en een nieuwe beroerte veroorzaakt. Om die kans te verkleinen, kan de arts in de hals de slagader opereren. Tijdens de operatie maakt de vaatchirurg de halsslagader ter hoogte van de vernauwing schoon. Na de operatie gaat u naar de Medium Care afdeling. 

    De arts kan in uitzonderlijke gevallen ook een kleine metalen hekwerk plaatsen om de plak opzij te houden. Dit hekwerk wordt een stent genoemd. De voorkeursbehandeling is echter een operatie aan de halsslagader. Een dotterbehandeling met stent wordt zoals eerder benoemd slechts in uitzonderlijke gevallen geplaatst. Uw neuroloog en/of vaatchirurg kan u hierover verder informeren. Er zijn online keuzehulpen beschikbaar om u te helpen bij de besluitvorming omtrent uw behandeling. Vraag ernaar bij het bezoek aan uw neuroloog of vaatchirurg.

    Anders dan bij veel andere operaties blijft u de bloedverdunners rondom de operatie vaak wel innemen. Uw chirurg zal het individuele plan hierbij met u bespreken. Ook na de operatie blijft u bloedverdunnende middelen gebruiken.

  3. Na het ziekenhuis

    Na het ziekenhuis

    Tijdens de opname wordt een plan gemaakt voor na het ziekenhuis. Bij weinig klachten of snel herstel is ontslag naar huis vaak mogelijk met fysiotherapie en/of logopedie in de eigen woonomgeving. Als de klachten ernstiger zijn, is de overgang vanuit het ziekenhuis naar huis vaak te groot. Er wordt dan gekeken of u in aanmerking komt voor een revalidatiebehandeling. Deze revalidatie kan plaatsvinden in een revalidatiekliniek of op een gespecialiseerde revalidatieafdeling van een verpleeghuis. In sommige situaties zijn de klachten zo ernstig dat ook revalidatie niet mogelijk is. In dat geval zal een definitieve opname in een verpleeghuis de enige mogelijkheid zijn.

    Zes weken na de operatie wordt u gecontroleerd op de vaatpolikliniek en wordt een nieuwe duplex gemaakt. Verdere controles hierna zijn niet nodig.

  4. Handige links

    Handige links

    Wilt u meer weten over de vernauwing van de halsslagader? Kijk dan eens op de volgende websites:
    https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/vernauwing-van-de-halsslagader
    https://www.thuisarts.nl/vernauwing-van-halsslagader

Naar boven