Kind op bezoek op de IC

Als u met uw kind de IC bezoekt, is een goede voorbereiding, begeleiding en overleg met de verpleegkundige  belangrijk. Daar waar ouders staat, kunt u ook verzorgers lezen. Daar waar hij staat, kunt u ook zij lezen.

Stem het bezoek met uw kind af met de verpleegkundige. U kunt in overleg met de verpleegkundige zelf foto’s maken van de patiënt en een tijdstip afspreken om met uw kind(eren) op bezoek te komen. Ga altijd met uw kind mee de IC op. Leg uit dat aanraken gerust mag en vraag uw kind zelf wat het graag wil doen. Maak het bezoek niet te lang, 5 tot 10 minuten is vaak lang genoeg.
Let goed op hoe uw kind omgaat met het verwerken van alle indrukken en vraag als het nodig is advies bij de verpleegkundige. Na het bezoek is het belangrijk om te weten of uw kind nog vragen heeft. Het verwerken van indrukken kost tijd, dus praat op een later moment nog eens over het bezoek met uw kind. Dit is belangrijk voor de verwerking.

Infectieziekten
Als er in de omgeving van uw kind (op school, crèche, thuis etc.) infectieziekten heersen of uw kind is zelf ziek, meldt dit dan bij de verpleegkundige of arts. We overleggen dan of bezoek mogelijk is. Denk hierbij aan griep, diarree, waterpokken enz. Patiënten in een ziekenhuis hebben een groter risico om van een “gewone kinderziekte ”ernstig ziek te worden. Soms zijn extra maatregelen nodig om besmetting te voorkomen.

Tips in het contact met uw kind

Hieronder geven we u de belangrijkste tien tips om uw kind(eren) beter voor te bereiden op een bezoekje aan de IC. Voor meer tips en informatie per leeftijdscategorie, kunt u de behandel app ASz raadplegen. Deze is te downloaden in de appstore of google play. 

1.Vertel wat er aan de hand is.
Uw kind merkt dat er iets is. Vertel daarom wat er aan de hand is. Stem datgene wat u vertelt af op de leeftijd en ontwikkelingsniveau van het kind. Sommige kinderen vinden het niet prettig om echt te gaan zitten voor een gesprek. Ze willen wel praten maar liever tijdens een knutselmoment of voor het slapen gaan. Dan voelen ze zich meer op hun gemak.

2. Wees eerlijk in de uitleg.
Vertel in uw eigen woorden wat er aan de hand is. Vraag of uw kind begrijpt wat u vertelt heeft. Benoem uw eigen emoties, verdriet en/of ongeloof op momenten dat daar aanleiding voor is. Het is niet nodig om uw eigen reacties te verbergen. Door deze te benoemen leert een kind dat het heel normaal en goed is om bepaalde emoties te hebben bij een ingrijpende gebeurtenis.

3.Luister
Kinderen voelen zich gehoord en begrepen als er naar ze geluisterd wordt. Praten met kinderen betekent vooral: luisteren naar kinderen. Soms zijn kinderen nog te jong om te vertellen hoe het me ze gaat. Ze laten dat vaak met hun gedrag zien. Als kinderen zich anders gaan gedragen kan dat een signaal zijn dat ze ergens mee zitten. Weer in bed plassen, spijbelen of weglopen zijn duidelijke signalen. Soms zijn de veranderingen in het gedrag niet zo duidelijk. Blijf daarom goed kijken naar uw kind.

4.Respecteer de wensen
Als kinderen aangeven iets spannend te vinden, maak dit dan bespreekbaar en zorg ervoor dat u samen met uw kind bekijkt hoe u het minder spannend kan maken. Ga kinderen niet dwingen maar probeer uw kind mee te laten denken en samen afspraken te maken.

5.Vast ritme.
Regelmaat en een vast ritme geeft kinderen rust, voorspelbaarheid en veiligheid. Wanneer er problemen in het gezin zijn, geeft het kinderen een vertrouwd gevoel als sommige dingen gewoon doorgaan. Zoals huiswerk maken, naar de sportclub gaan of andere leuke dingen doen.

6.Betrek bekenden
Eis niet van uzelf dat u als ouders alles alleen moet kunnen. Schakel zo nodig anderen in: familieleden, buren, leerkracht, andere ouders enz. Mensen die vertrouwd zijn voor uw kind en waarbij ze zich op hun gemak voelen.

7.Informeer school/kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang
Het is belangrijk om de school (en/of kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang) te informeren wanneer een van de ouders opgenomen is. Het kan zijn dat uw kind bijvoorbeeld minder goed op kan letten of op school ander gedrag gaat vertonen. Als de leerkracht weet wat er aan de hand is, kan hij het kind beter opvangen.

8.Vertrouwenspersoon voor uw kind.
Veel kinderen hebben behoeften om (ook) te praten met iemand anders: een oom of tante, de buurvrouw, hun leerkracht enz. Soms is het voor hen prettig om juist met iemand te praten die iets minder direct betrokken is.

9.Hulp inschakelen.
Het is logisch dat een kind in het begin heftig kan reageren op de hele situatie. Loopt uw kind vast, ook als de rust weer terug is, dan is het verstandig om gespecialiseerde hulp in te schakelen. Bespreek uw zorgen met het verplegend personeel van de IC of de huisarts. Deze kunnen u verwijzen naar professionele hulpverleningsinstanties.

10.Het allerbelangrijkste is laten zien dat u van uw kind houdt.
Welke problemen er ook zijn, voor een kind is het allerbelangrijkste als hij voelt dat zijn vader of moeder van hem houdt. Iedere ouder heeft een eigen manier om dat duidelijk te maken, met een knuffel, een aai, een knipoog of lieve woordjes. Als kinderen dat voelen, dan kunnen ze veel moeilijke situaties aan.

Bron: deze informatie is met toestemming overgenomen van het ETZ en waar nodig aangepast aan de situatie in het ASz.

Contact

G2/ IC: (078) 652 35 10 

F2/ IC: (078) 654 17 62