Prenatale screening

Als zwangere vrouw heeft u in Nederland de mogelijkheid om uw ongeboren kind te laten onderzoeken. Zo kunt u laten onderzoeken hoe groot de kans is op een kind met Downsyndroom. Ook kunt u laten onderzoeken of uw kind misschien een open ruggetje heeft, of een andere aangeboren lichamelijke aandoening. Deze onderzoeken worden eerste trimester screening op Downsyndroom en structureel echoscopisch onderzoek op lichamelijke afwijkingen genoemd.

Eerste trimester screening
Het is mogelijk om een "kansbepalende test naar het syndroom van Down" te laten doen. Hierbij wordt door middel van een bloedtest rond 10 weken, in combinatie met een echo (de nekplooimeting) rond 12 weken berekend hoe hoog het risico op een kind met het Syndroom van Down is. Naast de kans op Downsyndroom geeft de uitslag van de combinatietest ook informatie over de kans op Patausyndroom (trisomie 13) en Edwardssyndroom(trisomie 18). U krijgt deze informatie tenzij u aangeeft dit niet te willen weten. Meer informatie vindt u in de folder 'Informatie over de screening op Downsyndroom' van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) of in de landelijke keuzehulp van het RIVM: www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl/

Vlokkentest of vruchtwaterpunctie
Bij verhoogd risico kan eventueel een vlokkentest of vruchtwaterpunctie volgen. Zie hiervoor onze folder 'Prenatale diagnostiek'.

NIPT
Vanaf 1 april 2017 zal de NIPT beschikbaar zijn voor alle zwangeren in Nederland.
De NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test) is een nieuwe test, waarbij bloed van de zwangere wordt afgenomen en onderzocht in een laboratorium. In het bloed van de moeder is ook DNA (erfelijk materiaal) van het kind aanwezig. Met de NIPT kan dit DNA van het kind worden onderzocht op trisomie 21 (downsyndroom), trisomie 18 (edwardssyndroom) en trisomie 13 (patausyndroom). De NIPT biedt geen 100% zekerheid. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de test bij zwangere vrouwen met een verhoogde kans na de combinatietest het volgende kan aantonen:

• meer dan 99 op de 100 (99%) van de ongeboren kinderen met trisomie 21;
• 97 op de 100 (97%) van de ongeboren kinderen met trisomie 18;
• 92 op de 100 (92%) van de ongeboren kinderen met trisomie 13.

De uitslag van de NIPT kan afwijkend of niet-afwijkend zijn. Bij een afwijkende uitslag van de NIPT zijn er sterke aanwijzingen dat het ongeboren kind een trisomie 21, 18 of 13 heeft. Echter, bij een afwijkende uitslag kan het voorkomen dat het kind toch geen trisomie heeft. Daarom is bij een afwijkende uitslag, om zekerheid te krijgen, een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig als bevestiging van de NIPT uitslag.

De meeste uitslagen zijn niet-afwijkend. Bij een niet-afwijkende uitslag is de kans dat het kind toch een trisomie heeft zo klein (kleiner dan 1 op 1000) dat een vervolgtest niet geadviseerd wordt. Als zwangere vrouwen met een verhoogde kans op een trisomie de NIPT laten doen en de uitslag is niet-afwijkend, is een vlokkentest of vruchtwaterpunctie niet meer nodig.

Bij ongeveer 3 op de 100 vrouwen lukt de NIPT niet. Dit kan verschillende redenen hebben. De arts kan hierover uitleg geven.

Structureel echoscopisch onderzoek
Ook kan iedere zwangere rond 20 weken structureel echoscopisch onderzoek (SEO) laten doen om te zien of o.a.de belangrijkste organen normaal aangelegd zijn. Echo-onderzoek geeft geen garantie op een 100 % gezond kind. Soms worden hiermee wel afwijkingen gevonden waarvoor verder onderzoek nodig is. Meer informatie hierover vindt u in de folder 'Informatie over de 20 wekenecho' van het RIVM of op de website van het RIVM.

Contact

De polikliniek Verloskunde en Rhena zijn 24 uur per dag bereikbaar telefonisch bereikbaar: (078) 654 64 46.