Alle verpleegkundigen geschoold in kennis over geneesmiddelen

20 juni 2019

Het Albert Schweitzer ziekenhuis schoolt al zijn verpleegkundigen in kennis van geneesmiddelen en medicatieveiligheid. Nog voor het einde van dit jaar moeten alle 1300 medewerkers in deze functie de scholing doorlopen hebben. Dit is een volgende stap in het nog veiliger maken van de zorg in het ziekenhuis en het voorkomen van fouten bij de toediening van geneesmiddelen.

“Eigenlijk klopte het niet”, zo schetst ziekenhuisapotheker Charlotte van Kesteren de gevoelde noodzaak tot de scholing. “Ziekenhuisapothekers en apothekersassistenten volgen periodiek nascholing, maar voor degenen die op de verpleegafdelingen dagelijks medicijnen toedienen – de verpleegkundigen – bestaat landelijk geen minimaal vereist kennisniveau over geneesmiddelen. Ze werden tot voor kort alleen getoetst op medisch rekenen en veilig injecteren. Over medicijnen als zodanig hebben ze wel basiskennis opgedaan tijdens hun opleiding, maar voor sommigen is dat lang geleden.”


Verpleegkundigen in het Albert Schweitzer ziekenhuis mogen binnenkort alleen nog medicijnen verstrekken wanneer ze een toets met succes hebben afgelegd. FOTO FREDERIKE SLIEKER

Basiskennisniveau
Daarom heeft de Ziekenhuisapotheek van het Albert Schweitzer ziekenhuis nu beleid ingesteld rondom een basiskennisniveau. Het met succes afleggen van een toets is verplicht. Op dit moment heeft de helft van alle verpleegkundigen dit traject al doorlopen. De scholing bestaat uit het bestuderen van een reader, het volgen van drie uur klassikaal onderwijs en het maken van de toets. Van Kesteren: “Vanaf eind dit jaar is de regel dat je alleen nog maar medicijnen deelt wanneer je de toets met succes hebt gemaakt. Dit wordt vervolgens elke vijf jaar herhaald en het wordt ook de standaardintroductie voor instromende nieuwe en leerling-verpleegkundigen.”

'Kwartje valt'
De lesstof valt in twee delen uiteen. Het eerste deel betreft de basisprincipes van de geneesmiddelenleer. “Het is onmogelijk om van alle middelen alles te weten, dat kunnen wij als ziekenhuisapothekers zelfs niet”, aldus Van Kesteren. “Maar we scholen wel in de basisprincipes van de werking van verschillende typen medicijnen en werkzame stoffen. Daaruit vloeit voort dat verpleegkundigen niet alleen wéten, maar ook zelf kunnen beredeneren waarom bijvoorbeeld sommige middelen niet samengaan, of voor het ontbijt genomen moeten worden. Als je dat begrijpt, ga je bewuster werken. We merken dat dit voor de verpleegkundigen het plezier en de motivatie verhoogt in het omgaan met medicatie. Je ziet tijdens de klassikale scholing bij wijze van spreken de ‘kwartjes vallen’.” Het tweede deel, medicatieveiligheid, gaat over veilige toediening. Dit omvat onder meer de omgang met risicomiddelen en het tegengaan van kans op verwisseling.

Gewoonten
“Fouten zullen nooit helemaal worden uitgebannen, op welke werkplek dan ook”, zegt Van Kesteren. “Maar we kunnen de kans op fouten wel minimaliseren. Daarom bespreken we tijdens de scholing ook gevallen waarin het fout ging.” De ziekenhuisapothekers leren op hun beurt evengoed van de cursisten: “Zo horen we van hen welke gewoonten er soms op de werkvloer insluipen, die fouten in de hand kunnen werken. Daar kunnen wij dan weer op anticiperen. Het is voor ons allemaal heel verhelderend en voor de patiëntveiligheid zetten we opnieuw stappen vooruit.” Voor het Albert Schweitzer ziekenhuis past de scholing goed binnen de status van topklinisch opleidingsziekenhuis. Eerder dit jaar verlengde het ziekenhuis voor de komende vier jaar zijn NIAZ-certificering, het bewijs van een goed verankerde veiligheids- en verbetercultuur.