Epidurale anesthesie (ruggenprik)

Bij de epidurale anesthesie brengt de anesthesioloog een naald in tussen twee ruggenwervels.

De huid wordt eerst verdoofd, zodat het aanprikken minder pijnlijk is. 

Daarna schuift de anesthesioloog de naald een stukje op zodat hij een slangetje aan kan sluiten op de naald. Door dit slangetje spuit de anesthesioloog het plaatselijk verdovende middel in. Na tien tot twintig minuten ontstaat een verdoving.



Tijdens de operatie blijft u bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets, alles wordt afgedekt met doeken. Als u toch liever slaapt, kunt u om een licht
slaapmiddel vragen. Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het drie tot zes uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt